In overweging gebracht door ds. Philippe L. De Coster, D.D.
Inleiding
De oudste Messiaanse Joodse geschiedenis wordt verhaald in het boek Handelingen. De eerste bekeerlingen naar het Messiaanse Jodendom waren vrijwel zonder uitzondering joden. Het centrum van de Messiaanse Joodse gemeenschap was de gemeente in Jeruzalem. Omdat zij Yeshua als Messias en Zoon van God beleden, werden zij van tijd tot tijd door hun volksgenoten vervolgd. Dit was de situatie na Jezus' sterven, opstanding en ten hemel opneming.
Vanaf 40 na Christus breidde het Messiaans Jodendom zich sterk uit naar Samaritanen en heidenen. Onder druk van de vervolging trokken veel Messiaanse gelovigen weg naar de omliggende streken en naar andere joodse concentraties in omringende landen.
Kennelijk hebben vooral de hellenistische joden Jezus' voorbeeld van openheid voor zondaren en dus ook niet-joden overgenomen. Zoals Yeshua at met tollenaars en zondaren, zo deelden zij hun maaltijden ook met mensen die orthodoxe joden vermeden.
In hun midden waren de heidense bekeerlingen jodengenoten (proselieten) op voet van gelijkheid welkom. Via deze proselieten verbreidde het Messiaanse Jodendom zich in de heidense wereld.
Dat laatste gebeurde vooral na de uitzending van Paulus vanuit Antiochië.
Aanvankelijk werden Messiaanse Joden beschouwd als een joodse sekte. Omdat het Jodendom een erkende godsdienst (religio licita) was, bood dat enige bescherming. Maar de vervolging nam toe naarmate het de Romeinen duidelijk werd dat de aanhangers van Yeshua meer waren dan een onderdeel van het Jodendom. Ze werden toen al Christenen genoemd.
De Joden hadden officieel vrijstelling van de keizerverering. Voor de Romeinse overheid was dat essentieel voor de eenheid van het Imperium. Weigering werd niet beschouwd als een zuiver godsdienstige daad, maar als landverraad. Christenen weigerden offers te brengen aan een mens. Daarvoor hadden ze hun leven over.
Een korte, maar heftige vervolging ontbrandde in Rome onder Nero na de grote brand van 64 na Christus. Misschien was die brand door de keizer zelf aangestoken en schoof hij de schuld af op de christenen. In ieder geval werden zij beschouwd als staatsvijanden en vijanden van de mensheid. Waarschijnlijk zijn Petrus en Paulus in deze vervolging als martelaars gestorven (68 A.D.)
De Messiaanse Joden geloven, dat het Woord van God alleen maar ten volle kan begrepen worden als de gelovigen het lezen in de oorspronkelijke Joodse context en daarvoor noodzakelijkerwijs de Griekse bril opzij moeten leggen evenals alle belemmerende kerkelijke tradities en dogma’s.
De hedendaagse Messiaanse Joodse beweging vertegenwoordigt een terugkeer van een joodse beleving van de ekklesia. De christelijke kerk heeft gedurende het grootste deel van haar geschiedenis niet willen weten van een specifiek joodse gemeenschap binnen de kerk; een gemeenschap, waarin joodse gelovigen in Jezus hun joodse identiteit zouden kunnen behouden. Om die reden beschouwen de Messiasbelijdende Joden zichzelf als een “opstanding uit de dood” (Romeinen 11:15), in het kader van een nieuwe ontferming van God over het Joodse Volk.
“Want , indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aaneming anders wezen dan leven uit de doden. (Romeinen 11:15)” (NBG51)
De Joodse identiteit in Jezus kwam vanaf de tijd van de vroege kerkvaders steeds meer onder druk te staan door de opkomst van de vervangingstheologie. Dit vervangingsdenken is gebaseerd op de veronderstelling dat God de Joden vanwege hun ongeloof heeft afgewezen en dat de kerk de plaats van de Joden heeft ingenomen als verbondsvolk van God. Naarmate deze theologische visie zich verder ontwikkelde en een plaats kreeg in de hoofdstroom van het christelijk denken, betekende dit dat Joden, die Jezus aannamen als Messias, Zoon van God en Redder, ook een niet-joodse identiteit en cultuur moesten aannemen.
Bekering hield volledige assimilatie in. Door de groeiende verwerping van de vervangingstheologie in de recente tijd is dit proces omgekeerd. Joden die in Jezus geloven kunnen hierdoor hun plaats als Jood binnen het Lichaam van Christus/Messias weer herontdekken.
De Protestantse Reformatie met zijn oproep om naar de Bijbel terug te keren, bood de gelegenheid voor een theologische heroverweging. Terwijl het inzicht van de Hervormers ten aanzien van de Joden niet veranderde, duurde het niet lang voordat enkele Puriteinse theologen een heldere visie ontwikkelden ten aanzien van een positieve toekomst voor Israël. We treffen dit in de eerste helft van de zeventiende eeuw aan in de geschriften van Samuel Rutherford en Elnathan Parr in Groot- Brittannië en van Increase Mather in de Amerikaanse koloniën. De poëzie van John Milton laat dezelfde hoop voor Israël zien, die we ook vinden bij deze Puriteinse schrijvers. Deze hoop verbreidde zich in het begin van de achttiende eeuw binnen het Luthers Piëtisme (Jakob Phillip Spener) en de Moravische beweging (de Herrnhutters). De Moravische broeders hadden rond 1730 een belangrijke invloed op de jonge broers Wesley bij het begin van de beweging van het Methodisme.
In de negentiende eeuw oefende dit verstaan van de Bijbelse profetie een grote invloed uit op het Britse en Scandinavische christendom. Het Duitse christendom werd ook door deze ontwikkelingen beïnvloed. In het midden van die eeuw geloofden vele Britse christenen dan ook dat het een onderdeel vormde van de bestemming van Groot-Brittannië om de natie Israël opnieuw te vestigen en het joodse volk te helpen om terug te keren naar hun thuisland. Het was dan ook tegen deze achtergrond dat in 1840 een Protestants bisdom werd gevestigd in Jeruzalem met als eerste bisschop een Joodse gelovige in Jezus. “Christ Church” bij de Jaffa Poort is het blijvende bewijs van deze onderneming.
Het initiatief “Toward Jerusalem Council II” (Op weg naar de Tweede ‘Vergadering van Jeruzalem’) is een direct gevolg van het ontstaan van de hedendaagse Messiaans-joodse beweging, want de visie van de Tweede Vergadering van Jeruzalem is de verzoening tussen de Jood en de niet-Jood binnen het ene Lichaam van Christus, de Messias. Dit wil zeggen dat de visie zowel joodse als niet- joodse gelovigen in Jezus oproept tot een volledige wederzijdse erkenning en aanvaarding zowel op persoonlijk als op gemeenschapsniveau. Maar de christelijke kerken kunnen de legitieme en rechtmatige plaats van de joodse gelovigen in Jezus pas erkennen, wanneer zij met de messiaans-joodse beweging vertrouwd zijn en goede relaties met de messiaanse joodse gemeenten en groepen hebben opgebouwd. Daarom is één van de eerste taken van de “Tweede Vergadering van Jeruzalem” de messiaans-joodse beweging binnen de christelijke wereld bekend te maken. Met deze studie willen we christelijke leiders en theologen, die op zoek zijn naar basisinformatie over deze beweging, laten kennis maken met de Messiasbelijdende Joden. Het geeft een eerste antwoord op vragen zoals: Wie zijn de Messiasbelijdende Joden? Waardoor onderscheiden zij zich? Hoe is hun beweging ontstaan? Wat geloven zij en hoe brengen zij dat in praktijk, zien wij verder in deze studie!
Messiaanse Joden worden
Messiaanse Joden worden als Christenen moet ook kunnen, daar naar de herwaardering van de geweldige charismatische ‘Pinkster’-kerk te lezen in de Handelingen van de Apostelen, behoren ze,en vinden hun plaats in het Lichaam van Christus.
De Kerk, bijnamen “Katholiek”, werd tweeduizend jaar geleden geboren in Jeruzalem. Een grote Pinksterkerk werd daar gesticht. Naderbij bekeren, en zeer belangrijk, de groep die daar bij elkaar was bestond alleen uit Joden. Op dat moment allemaal Joodse Messiaanse gelovigen. Jezus was een Jood en Hij kwam in de eerste plaats voor zijn volk. Op deze eerste Pinksterdag begon de Heilige Geest (Gods Geest zelf, God zelf) de mensen uit te zenden over de hele wereld en werden ook de heidenen bereikt.
Het Visioen van Petrus
Dat begon met het visioen dat Petrus kreeg, het visioen van het laken met onreine dieren, dat uit de hemel naar beneden kwam. Toen Petrus het zag vroeg hij zich af wat het betekende. Hij had moeite om het te doorzien. Het was een hele omslag in zijn Joodse denken, dat de heidenen geen Joden hoefden te zijn om gered te worden. Wij, vanuit ons Christelijke standpunt, zegmaar heidense achtergrond hebben daar geen idee van. Wij snappen daar de diepte niet van. Dat er zoveel verwarring over was, dat ze er een concilie over moesten beleggen.
Hetzelfde visioen, maar dan tegenovergesteld, verschijnt vandaag aan de gelovigen uit de heidense volken. Zoals een heiden geen Jood hoeft te worden is het nu net andersom. De Joodse gelovigen hoeven geen christenen meer te worden.
Het Vervangingsleer
Miljoenen heidenen zijn sindsdien tot geloof in Jezus Messias gekomen, maar heel weinig Joden. Deze Joodse gelovigen hebben nooit een rol in het Jezus’ leer gespeeld. Ze moesten zich maar aanpassen aan de christelijke (heidense) gebruiken. Ze moesten onze patronen volgen en zich bekeren tot het christendom.
In de laatste eeuwen was het idee van een echte Israël verdwenen. Alle beloften die over Israël uitgesproken zijn in de Bijbel, hebben de christenen zich toegeëigend: genaamd de ‘vervangingsleer’. Nooit werd meer gedacht besteed, dat het ooit tot een herstel zou kunnen komen in de werkelijkheid, totdat Israël weer werd geboren.
Het aantal joodse gelovigen groeit in onze tijd meer dan in alle tijden bij elkaar. Zij verheffen hun stem als nooit tevoren en dat zal een enorme verandering geven aan het lichaam van Christus. Het zal niet een klein stukje, een klein segmentje worden. Ze komen op een speciale plaats in het Lichaam, die God al lang van tevoren bestemd had voor de Joodse gelovigen. Ze zijn belangrijk, ze vervullen een belangrijkere positie dan men ooit hadden kunnen denken.
We leven in een heel bijzondere tijd. In 1948 is de staat Israël geboren. Het Joodse volk keert terug naar het land en ook het lichaam van Christus wordt in Israël zelf hersteld. Zelfs komen nu ook predikers uit Israël om ons te onderwijzen. Het Woord zal weer van Sion uitgaan (Jesaja 2: 3 en Micha 4: 2).
Opkomst van het Messiasbelijden Jodendom in Israël
De stichting van de staat Israël betekende voor de Messiaans beweging een nieuw begin. Voor 1948 heeft er in Palestina een kleine gemeenschap van Messiasbelijdende Joden ontstaan. We spreken dan vanaf 1917 over een aantal van ongeveer 250. Zij waren vrucht van de sinds de 19e eeuw in Palestina werkende Amerikaanse en Britse zendingsgenootschappen en maakten, in die tijd deel uit van de bestaande kerken. Het stichten van eigen gemeenten stuitte op groot verzet bij de kerken. Toen zij de sabbath als dag van samenkomst verkozen en de joodse feesten wilden vieren, werd op beschuldiging van ‘Judaïsering’ de subsidiekraan dichtgedraaid en de leiders van deze gemeenten werden overgeplaatst. Ook na 1948 is de weerstand van de kerk tegen verzelfstandiging lange tijd blijven bestaan. Slechts enkelen zagen het ontstaan van de joodse staat als een uitdaging om een onafhankelijke gemeenschap te gaan vormen. De Messiasbelijdende gemeenten stonden aan het begin van een nieuwe periode.
Een gestaag groeiende minderheid
Vanaf het prille begin in 1948 tot op heden is de beweging van Messiasbelijdende Joden een minderheid gebleven. In de eerste zes jaar na 1948 groeide het aantal gelovigen uit tot een paar honderdtal, in 1967 was er sprake van rond de vijfhonderd, en op het einde van de zeventiger jaren telde men ongeveer duizendhonderd en vandaag noemt men getallen van vijfduizend tot zevenduizend gelovigen. Voornamelijk de massale immigratiegolven hebben ze in ieder geval een nieuwe groep gevormd. Hierdoor dragen de meeste gemeenten tot in het heden een interkerkelijk karakter.
In de jaren tachtig zien we een groei van het aantal gemeenten, verspreid over het hele land Israël. Momenteel bestaat de gemeenschap voornamelijk uit Hebreeuwstalige gemeenten, daarnaast zijn er Russisch- en Ethiopischtalige gemeenten.
Vervolging
In Israël geldt sinds het begin van de jaren vijftig de wet op het recht van terugkeer. Iedere Jood heeft volgens deze wet het recht zich in Israël te vestigen. Wie zich echter tot een andere religie bekeert, houdt op Jood te zijn en verliest het recht op terugkeer. Joden die tot het christelijke geloof zijn overgegaan worden daarom door orthodoxe Joden als overlopers of verraders beschouwd. Deze negatieve houding tegenover Joden die in Jezus geloven vindt zijn voedingsbodem met name in de anti-joodse houding, die de christelijke kerk gedurende de afgelopen tweeduizend jaar aan de dag gelegd heeft.
Bijna alle gemeenten hebben in mindere of meerdere mate last van vervolging. Brandstichting en het ingooien van ruiten komt veel voor. Dikwijls wordt men daartoe aangezet door activisten van anti-missie organisaties.
Toch, maakt God weer een volk klaar, bij name de Messiaanse gelovigen, in het land Israël. Hij herstelt zijn volk, zodat het klaar is om de Messias te ontvangen.
Eén nieuwe mens
En, wij als christenen dienen niet aan de kant te staan. Eféze 2: 14-16 spreekt over de éne nieuwe mens, die samen komt, de Jood en de heiden die samen één worden in Christus. Er is nooit in de geschiedenis één nieuwe mens geweest.
Als christenen dienen we geen Joden te worden of ons zo te gedragen, maar we mogen wel samen optrekken. Wij mogen als christenen de wortels van ons geloof leren kennen, door nieuwe openbaring.
Wat een feest als we Romeinen 11 werkelijkheid zien worden.
‘Want indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden?’
Waarschijnlijk wordt het Messiaanse deel van het lichaam nooit zo groot als het christelijke deel, maar samen zal het een eenheid vormen. Zoals God manen en vrouw samen heeft gebracht, zo zijn de heiden en de Jood samengevoegd.
Net zoals Ruth met Naomi verbonden was, mogen we zeggen: “Als jullie geen succes hebben, hebben wij ook geen succes. Als jullie niet gezegend worden, worden wij ook niet gezegend.” En deze éne nieuwe mens kan nooit zijn werk doen, als de christenen en de Joodse gelovigen niet één zijn.
Jezus is hetzelfde aan het doen wat hij ook tweeduizend jaar geleden deed, hij stuurt de Heilige Geest (de Geest van God) en de kerk wordt opnieuw geboren in Jeruzalem. Hij raakt het hart van het Joodse volk aan en herstelt het land, tegelijk komen er over de hele wereld meer mensen tot geloof dan in welke tijd ook.
Wij kijken naar de Messiaanse Joden, alsof ze nog niet volwassen genoeg zijn en vinden dat ze net als wij moeten worden. Laat de Messiaanse Joden gewoon zoals ze zijn. Maak ze geen rooms-katholieken, baptisten, gereformeerden of pinksterchristenen. Ze zijn Joods en moeten leven vanuit hun eigen identiteit. Natuurlijk zijn er grote culturele verschillen. Russische Joden zoeken elkaar op en hebben in hun samenkomsten hele andere muziek als de ‘Sabra’s’, de Joden die in Israël geboren zijn. En wat te denken van de Ethiopische Joden en de gemeenten van Joden en christenen samen.
Het wordt steeds duidelijker, het herstel van Sion leidt ons naar de terugkomst van de Here Jezus. Wij moeten achter hen staan, met onze broeders en zusters optrekken en samen van hen houden. En als wij op reis gaan naar Israël, kunnen we hen ontmoeten en een enorme zegen ontvangen, door ons met hen te verbinden.Het Messiaanse deel van het Lichaam van Christus zal ons helpen om volwassen te worden.
De verhouding van de Messiasbelijdende Joden tot de traditionele synagoge
De relatie tussen de synagoge en de Messiaanse Joden, (Messiasbelijdende Joden is vanaf het begin zeer moeizaam geweest. In het Boek der Handelingen is dit al te lezen. Velen in de synagoge gaan er zelfs van uit dat messiasbelijdende joden helemaal geen joden zijn.
Deze vijandigheid vinden wij uiteraard erg verdrietig hoewel we het ook kunnen begrijpen. Sterker nog: De Messias heeft deze vijandschap al aangekondigd als onlosmakelijk verbonden met het geloof in Hem. We zien dan ook uit naar de dag dat geheel ons volk in Jezus de Messias zal zien. In de eerste plaats natuurlijk vanwege de rijkdom die dit geloof voor hen zelf met zich mee zal brengen.
De verhouding van de Messiaanse Joden tot de Christelijke Kerken
Een belangrijk theologisch vacuüm ontstaat als gevolg van het vervagen, zoniet uitwissen, van het leerstellige onderscheid tussen Israël en de Christelijke Kerken, Wet en Genade.
Het dispensationele vacuüm wordt dan op natuurlijke wijze gevuld door enerzijds het niet-dispensationele Charismatische element en anderzijds de anti-dispensationele Verbondsbeweging.
Dispensationalism, is de correcte leer dat Gods handelen met de mens verschillend is in verschillende dispensaties in de tijd. Deze dispensaties worden ook ‘bedelingen’ genoemd. Dit is het tegenovergestelde van de Verbondstheologie.
In het “Verbondstheologie”, stelt men vast, dat alle beloften en profetieën in het Oude Testament betrekking hebben op het “verbondsvolk” Israël. Vervolgens stelt men vast, dat dit volk ongelovig was en bleef, in de dagen van de komst van de beloofde en geprofeteerde Christus, de Messias Israël’s. Sindsdien dient het bekend te zijn “dat de zaligheid Gods de heidenen gezonden is, en dezen zullen horen “ (Hand 28:28). De getrokken conclusie is, dat alle aan Israël beloofde zegeningen terecht zijn gekomen bij de Christelijke Kerken of Gemeenten, die beschouwd wordt als de voortzetting van het oudtestamentische Israël. Ook alle profetieën aangaande het Messiaanserijk - het Koninkrijk Gods - zouden vervuld worden aan de Kerk.
Maar God verving Israël niet door de Gemeente! De Gemeente kwam er tussenin, als het internationale volk van de genadebedeling, en ze zal van de aarde verdwijnen bij haar opname. Van Israël (de olijfboom) waren enkel de takken afgebroken en de Gemeente werd in de plaats daarvan op de edele stam geënt. Maar na het gemeentetijdperk zal God Israël terug herstellen, echter in de verdrukkingstijd (de zevenste jaarweek). God heeft Zijn volk beslist niet verstoten, integendeel, hun toekomstige aanneming zal een nieuwe wereldlente inluiden: zie Romeinen 11.
De Messiaanse Joden hebben het in de christelijke kerken en groepen waar zij willen behoren vaak moeilijk, omdat zij zich in veel gevallen als joden niet begrepen en soms zelfs niet welkom voelen.
De wijze waarop zij de bijbel lezen, als hun eigen geschiedenisboek, hun verbondenheid met de staat Israël, hun vaak levendige toekomstverwachting, hun wijze van omgaan met de Bijbelse profetieën en de plaats die zij daarin aan het joodse volk toekennen, in al deze zaken voelen zij zich niet herkend, laat staan erkend door hun medegelovigen.
Het is daarom begrijpelijk dat er Messiaanse Joden zijn die hun toevlucht nemen tot Messiaanse gemeenten, of die met hun geloof onderduiken in de synagoge of, en dat is misschien wel het allerergste hun joods zijn voor hun christelijke omgeving te moeten verbergen en zo met zichzelf in de knoop komen.
Messiaans-joodse theologie
Ofschoon, voor zover ons bekend is, er bestaat geen officiële Messiaanse Joodse theologie bij de hedendaagse Messiaanse belijdende Joden gemeen dat zij in het algemeen de Bijbel als Gods Woord zien en niet als het spreken van de mens over God, zoals in de moderne theologie het geval is. Ook voelen zij zich meestal zeer verbonden met Israël en het Joodse volk en zijn zij overtuigd van de bijzondere plaats welke het gehele Joodse volk nog steeds in Gods heilsplan inneemt.
Verschil van mening bestaat over nut en noodzaak van het naleven van de Thorah. De groep die het meest aan de weg timmert bestaat uit hen die vinden dat Messiaanse Joden de Thorah dienen te houden en wel op een traditionele manier.
De groep die het meest aan de weg timmert bestaat uit hen die vinden dat Messiaanse Joden de Thorah dienen te houden en wel op traditionele Joodse wijze. Omdat de christelijke kerken en groepen hierover doorgaans een andere mening hebben, hebben deze Messiasbelijdende Joden Messiaanse synagogen opgericht.
De ‘Berea Evangelische Thuiskerk”staat uiteraard ook open voor deze mensen; en, een behoorlijk aantal van hen verdeeld in thuiskerken van gelijke aard, kunnen bij ons terecht. Wij zijn echter op het puntvan het naleven van de Thorah anders dan bij de traditionele christenen, welke goed samengevat kan worden met een uitspraak van de apostel Paulus: ‘de wet doet zonde kennen.’ Daardoor propageert zij het zich houden aan de “Thorah”niet, maar stelt veel meer dat de mens niet in staat is de “Thorah”te houden en dat hij dus een redder nodig heeft.
Zonder veel leerstellige gegevens, wat is het verschil tussen de Messiaanse Joden, en de Christelijke kerken?
Messiaanse Joden
Paulinische Christendom
Wat is een Messiaanse Jood? Hij is een Jood die gelooft dat Jezus Christus de Messias is. Hij moet erkennen dat hij zowel een Jood is als een volgeling van Jezus, zoals de Christenen.
Dit is een poging om een dichotomie te maken die in Christus niet bestaat: er bestaat slechts “één nieuwe mens”, het “ene lichaam” (Efeziërs 2:14-16).
Indien een Jood de doop aanvaardt om zijn identiteit als Jood te verliezen, dan wordt hij niet langer beschouwd als een Messiaanse Jood; hij is een overloper, een verrader, een afvallige.
Een Messiaanse Jood is trots op zijn Jood-zijn.
Hier is de droevige sleutel naar de Messianisten, hun ware houding en betrachting. Zij zijn eigenlijke Judaïsten. Zij stappen achterwaarts in het christendom, niet wetend waar zij naartoe gaan doch enkel wat zij geweest zijn.
Als u hen de leerstellige waarheden tracht aan te leren over hun identiteit en plaats als leden van het Lichaam van Jezus Christus, zonder Judaïsme, dan zal u in haast alle gevallen een totale afwijzing ondervinden, van zowel uw persoon als uw boodschap.
Die ervaring zal overeenkomen met de vurige en harde haat die bij de charismaten oplaait wanneer hun tongen-speelgoed wordt afgekeurd. Dergelijke reacties en houdingen tegenover vitale waarheden, en hen die ze aanhangen, zijn zeker niet uit de Heilige Geest, of uit Gods Geest.
Tongenspreken of glossolalie is de on-Bijbelse namaak van het spreken in vreemde, niet aangeleerde échte talen.
De Bijbel leert zeker dat er een Messiaanse Joodse onderscheid is in het Lichaam van Christus. Het is de continuïteit van het Abrahamitisch Verbond dat voorziet in de primaire basis van het Messiaanse Joodse onderscheid. Gezien dat Verbond nog steeds zeer werkzaam is, zullen haar kenmerken ook betrekking hebben op de Messiaanse Joden, zowel in zijn positie als functie.
De Messiaanse Jood zoekt zichzelf in te sluiten in het Verbond dat tot Israël behoort, en dat van toepassing zal zijn en zijn vervulling zal kennen in het Duizendjarig Koninkrijk en de daarop volgende eeuwigheid.
Eerst en vooral zijn Messiaanse Joden, volgelingen van Jezusnog steeds Joden, want zij zijn net zoals andere Joden afstammelingen van Abraham, Izaäk en Jakob.
Ten tweede blijft het vaderland voor de Messiaanse Joden het land van Israël, en dit is waar zijn primaire loyaliteit zou moeten liggen, ongeacht waar hij woont.
Israël is een aardse natie en zal dat voor altijd zijn. De Christelijke Kerken zijn hemels; de hemel is haar Thuis en zal dat voor altijd zijn. Jezus’ Bruid is niet van deze wereld. Vele Messiaanse Joden zijn overtuigde Zionisten.
Ten derde is de relatie van de Heidenen tot de Joden met betrekking tot zegen en vloek even waar voor de Messiaanse Joden als voor andere Joden.
Messiaanse Joden die gezegend of vervloekt worden wegens hun Jood-zijn zullen ontdekken dat de zegenaars gezegend en de vervloekers vervloekt zullen worden.
Hun hele neiging is Judaïstisch. Zij falen erin hun Schriftuurlijke relatie in te zien tot God de Vader, de Heidenen en de wereld.
Belangrijk, is er de kwestie van de besnijdenis. Vermits Messiaanse Joden nog steeds vallen onder de andere bepalingen van het Abrahamitisch Verbond, vallen zij ook hieronder. Het is onze overtuiging dat Messiaanse Joden hun zonen moeten besnijden op de achtste dag.
Paulus wilde de Joden afleiden van vleselijk ritualisme van elke aard, naar de geestelijke realiteit. “Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de besnijdenis. Want wij zijn de besnijdenis, wij die God in de Geest dienen en in Christus Jezus roemen en niet op het vlees vertrouwen.” (Filippenzen 3:2-3)
Het punt is dat in Israël, in verleden, heden en toekomst, het een overblijfsel is dat getrouw is aan de openbaring van God. Dit is ook waar in de huidige dispensatie van genade; de Messiaanse Joden zijn het overblijfsel van Israël vandaag.
Het overblijfsel is altijd in de natie, niet daarbuiten; en de Messiaanse Joden - het hedendaagse overblijfsel - maken deel uit van Israël en het Joodse volk.
Zij zouden zich beter zien als een overblijfsel van het hedendaagse afgewezen Israël, dan dat zij zichzelf zien als integraal deel uitmakend van het hemelse Lichaam van Christus en de voordelen daarvan. “Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid” (Kolossenzen 3:2-4). Israël, in al haar koninklijke glorie, zal dit nooit evenaren!
In de vroege apostoliosche tijd (30-68 N.C.) was het christendom Hebreeuws, en om het praktisch te zeggen: een sekte binnen het Judaïsme. De Heidense gelovigen werden Christenen genoemd (Handelingen 11:26) maar de Joodse gelovigen Nazireeërs (Handelingen 24:5).
Er kwamen verschillende golven van vervolging tegen de Messiaanse Joden, tussen 32 N.C. en 66 N.C. Niettemin bleven zij wonen onder hun eigen Joodse volk, woonden de Tempel- en synagogediensten bij, en onderhielden de Joodse religieuze praktijken. De gedragslijn van het Messiaanse Joodse Christendom was een gedragslijn die onderscheiden was van het Heidense Christendom, maar er bleef steeds een alliantie tussen hen.
Het boek Handelingen beschrijft de overgang van het Judaïsme en haar Wet, naar het christendom en haar Leven. Het christendom was nooit Hebreeuws, noch was het ooit Heidens, hoewel ze vele heidense praktijken heeft overgenomen. Christendom betekent de verheerlijkte Christus, en het werd geïnstalleerd door de neerdaling van de Geest van Christus op de dag van Pinksteren.
In 1866 werd de “Hebreeuws Christelijke Alliantie van Groot Brittanië ” gesticht opgrond van:
Laten wij onze identiteit niet opofferen. Wanneer wij Christus belijden, houden wij niet op een Jood te zijn; niet enkel Saulus was, maar zelfs Paulus bleef een Hebreeër van de Hebreeën.
Wij kunnen niet en zullen nooit het land van onze vaders vergeten, en het is ons verlangen dat wij gevoelens van patriottisme koesteren. Als Hebreeërs, als Christenen (Messiaanse Joden), voelen wij ons samengebonden; en als Hebreeuwse Christenen willen wij nauwer met elkaar verbonden zijn.
In 1915 werd de “Hebreeuws Christelijke Alliantie van Amerika” gesticht. In 1925 werd de “Internationale Hebreeuws Christelijke Alliantie” gesticht in Londen.
Het is ongetwijfeld zo dat er vruchtbare bedieningen zijn geweest waardoor vele Joden werden wedergeboren. Maar het moet gezegd worden, en er zou al lang geleden op moeten gewezen zijn, dat deze bedieningen tot de Joden dikwijls werken op een foute, zoniet valse basis.
De natie van Israël, als zodanig, werd door God opzij gezet voor de Ecclesia/Genade-dispensatie. Het is nu Paulus’ Christelijke Evangelie - niet het Messiaanse Koninkrijksevangelie - dat de door de Geest overtuigde Jood zal positioneren op hemelse grond, in de verheerlijkte Heer Jezus Christus als Verlosser. Hij is het Hoofd en het Leven van het geheel exclusieve Lichaam en Bruid - allen samen los van het aardse Israël en haar Koninkrijk.
Paulus die zijn nieuw leven en Evangelie van de verheerlijkte Heer Jezus ontving “predikte terstond Christus in de synagogen dat Hij de Zoon van God is” (Handelingen 9:20). “Want ik heb u ten eerste overgegeven, wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften” (1 Korintiërs 15:3-4).
De gelovige in Christus is vrij van de Wet van Moses. Hij is ook vrij om gedeelten van de Wet van Moses te houden als hij dat verlangt.
Het feit van de gelovige zijn leven in Christus, en Christus’ leven in hem, om nog niet te spreken over de vermaningen aan de Galaten en Hebreeën, sluiten zulke gedachte uit.
De Wet is een complete modus operandi - men kan niet pakken en kiezen, zelfs niet een Jood.
Modern Judaïsme is niet hetzelfde als Bijbels Judaïsme, noch is het de “vader van het christendom”. Op zijn best kan het zijn broer genoemd worden, en Bijbels Judaïsme is de vader van beide.
Bijbels Judaïsme kan de vader zijn van modern Judaïsme, maar de Bruid van de Heer Jezus Christus is beslist geen nakomeling ervan. De Bron van de Kerk is in de hemel, en dat is haar eeuwige positie en verblijfplaats.
Lewis Sperry Chafer zei “Judaïsme is niet de knop die uitbloeide in het Christendom. Elk staat op zijn eigen grond van relatie tussen God en mens - de Jood door fysieke geboorte, de Christen door geestelijke geboorte; elk voorziet in instructies voor het leven van hun aanhangers - de Wet voor Israël, de leringen van genade voor de Kerk; elk heeft zijn terrein van bestaan - Israël op de aarde voor alle toekomende tijden, de Kerk in de hemel” (Systematic Theology IV:248).
Biografie
Lewis Sperry Chafer (27 februari – 22 augustus 1952) werd geboren in Rock Creek, Ohio (USA). Hij studeerde engradueerdeaan de Oberlin College in 1892. Hij studeerde onder de” bevoegdheid vanDr. Frank E. Finch, and was tot de “Presbyterian Ministry” aangesteld (ordained, gewijd) in 1900. Chafer breidde zijn werk uit inEvangelisatie, en manifesteerde zijn talent als “Gospel singer”, zowel als predikant. Hij gaf waardevolle Bijbelse lezingen van 1914 tot 1924. Toen stichtte hij de “Dallas Theological Seminary” en werd er de eerste voorzitter. Chafer ontving overal gorte eerbaarheid. Hij ontving de “D.D.” (Doctor in Divinity)van Wheaton in 1926. Litt.D., Dallas (1924), en uiteindelijk de Th.D. van de Protestantse Seminarie, Aix-en-Provence, Frankrijk in 1946. Hij screef verschillende werken, zoals: “Genade”, “Heil”, en “Ware Evangelisatie”. Zijn monumentale werk is de achtdelige, “Systematic Theology.”
Er zijn voor de Messiaanse Jood bepaalde voordelen aan het houden van sommige of alle Feesten.
Ten eerste: ze zijn goede gelegenheden om het geloof te delen met ongelovige Joodse mensen, hen tonend hoe een bepaald Feest op het Messiasschap van Christus wijst.
Dr. Chafer wijst in de schriftuurlijke richting:
“Het Evangelie moet door Jood en Heiden op gelijke wijze gedeeld worden, zonder verwijzing naar enige voormalige staat of beloften; deze mensen moeten beide geconfronteerd worden met de heerlijkheid van de hemelse realiteiten. Alle Joodse voordelen en Heidense nadelen zijn opzij gezet met het oogmerk dat het hemelse doel zou vervuld worden” (Systematic Theology IV:320).
Ten tweede: het Feest presenteert een goede manier om ons te identificeren met het Joodse volk. Deze materie van identificatie is erg belangrijk als een getuigenis van het Joods-zijn van ons geloof.
Hier zit het doortrapte compromis van alle missiewerk tot de Joden: Neerbuigend strijden om de arme, verloren Jood te winnen; maar deze heeft nood aan een levende getuigenis van ons christelijke geloof om hem te winnen voor de verheerlijkte Zoon van God. Als de Messiaanse Jood, de Hebreeuwse Christen meer wist van zijn identificatie met de Heer Jezus Christus in Zijn dood, begrafenis, opstanding en hemelvaart, dan zou hij niet zo vurig identificeren met het aardse Judaïsme.
Ten derde: het Feest voorziet in een basis voor het onderwijzen van de Joodse cultuur en geschiedenis. Dit is in het bijzonder belangrijk voor de consolidatie van de Joodse aard bij de kinderen van de Messiaanse Joden.
Hoe meer Joodse aard bij kinderen, hoe groter de barrière en vooroordelen voor hen ten aanzien van het Christendom.
Ten vierde: de Feesten dienen als een gelegenheid om God te aanbidden en Hem te danken voor wat Hij gedaan heeft in de loop van de Joodse geschiedenis, en voor wat Hij voor ons gedaan heeft in de Messiaanse vervulling van de Joodse heilige dagen.
Alhoewel al de Schrift nuttig is (2 Timoteüs 3:16), is niet alle Schrift gericht tot, noch bindend voor, de leden van Christus’ Lichaam. De verheerlijkte Bruidegom spreekt tot zijn geliefde Bruid allereerst door de Paulinische Brieven voor de Kerk.
Los van Paulus kunnen wij niets weten van de exacte betekenis van de meeste vitale doctrines voor de Christen, zoals de Verzoening, de Heiliging, de Kerk, en haar Opname.
Verwijder Paulus, of laat na te bouwen op Paulinische Kerkwaarheid, en er blijft maar weinig over dan de wetten van Moses en het aardse Duizendjarige Koninkrijk. Er is niets in de hele Schrift met betrekking tot de groei van een Christen dat Paulus niet heeft behandeld - en dat op het hemelse vlak.
Zoals mijn oude vriend William Newell het stelde: “Paulus ontving al zijn leringen uit de hemel, van de Heer Jezus Christus in heerlijkheid, veeleer dan van Jezus op aarde, in Joods verband, vóór het Kruis. …
Paulus’ Evangelie van heerlijkheid heeft niets Joods aan zich - noch voor de geboorte, noch voor de groei. Hij werd zo compleet uit het Judaïsme gehaald en alle connecties met ‘oude dingen’ dat de Joden hem nooit meer zouden erkennen. En de Joodse bekeerlingen begrepen hem constant verkeerd - om nog niets te zeggen van de meeste Christenen vandaag!”
Wanneer Hebreeuwse Christenen naar Paulus verwijzen, dan proberen zij hem zo Joods mogelijk te houden. Maar Paulus verwierp zoiets:
“Hoewel ik reden heb om ook op het vlees te vertrouwen; als iemand anders meent te kunnen vertrouwen op het vlees, ik nog meer: besneden op de achtste dag, uit het geslacht van Israël, van de stam van Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër; naar de ijver [zonder kennis] een vervolger van de gemeente; naar de rechtvaardigheid die in de wet is, onberispelijk geworden. Maar wat mij winst was, dat heb ik om Christus’ wil als schade beschouwd. Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wie ik dat alles schade gerekend heb, en beschouw het als vuiligheid, opdat ik Christus mag winnen” (Filippenzen 3:4-8).
Paulus verwijst hier naar de verheerlijkte Heer Jezus Christus - “opdat ik Hem mag kennen” (Filippenzen 3:10). Hij, en onze hemelse positie in Hem, zullen nooit in het Judaïsme gevonden worden, in niets.
Is het NicaeaseChristendom de Sleutel?
Er zijn 2.2. miljard christenen op aarde, Rooms-katholieken, Orthodoxen, Protestanten waaronder de Anglicanen en Episcopalen, waarbij nog de Christelijke thuisblijvers, bedoeld de thuiskerken, familie en vrienden samen. Ze zijn onderling allemaal niet eens over God of Jezus Christus omdat hun geloofsovertuigingen in duizenden tegenstrijdige leringen van elkaar verschillen. Zogezegd, op grond van Gods Woord, de Bijbel, weten ze allemaal hoe de eeuwige goddelijke waarheden in eigen belang uit te leggen, en scheppen daardoor nog meer verdeeldheid onder de kerkgemeenschappen. Als zij, onderling, op het christelijke leergezag oneens zijn over het ware “Woord van God”, dan zijn ze zeker op meerdere, belangrijke geloofsartikelen met elkaar niet eens.
Het christelijke geloof draait om wat men van het christendom gelooft. Als men gelooft dat men God op zondag, de eerste werkdag van de week eigenlijk, de gelovigen naar de kerk moeten gaan om de Almachtige te vereren, dan is dat hun geloof, en worden ze goede christenen genoemd. Is at christelijk zijn?
De voorbeelden die men kan gebruiken om het probleem van verdeeldheid aan te pakken is eindeloos, en zouden we boeken over het onderwerp kunnen schrijven, maar dat doen we niet. Laten we toch enkele voorbeelden nuttig bekijken om te zien of we de “ware” Kerk van Christus, met de ware godsdienst op aarde kunnen vinden. Laten we verschillende voorbeelden bekijken zodanig dat we de reële omvang van het probleem kunnen schatten.
Het rooms-katholieke geloof maakt iets meer dan de helft (1,2 miljard) gedoopte leden van het christendom uit. Daarom is het van primair belang dat we de Vaticaanse geloofsstrekking vluchtig en toch grondig gaan bekijken, wanneer we het over het christendom in zijn geheel hebben.
De katholieke leer van het vagevuur, wellicht niet veel meer aangehaald maar het staat nog in de officiële roomse catechismus, is een van de geloofsovertuigingen bij de doorsnee gelovigen, dat er sommigen zijn of bijna allemaal, die sterven met kleinere overtredingen op hun geweten waarvan zij zich niet hebben bekeerd, waardoor zij na hun overlijden naar een plek gaan die het vagevuur wordt genoemd, in plaats van naar de hemel of de hel. Blijkbaar vinden ze de leer van het vagevuur in de Bijbel! Trouwens elke ketter vindt zijn passend woordje in de Bijbel. Er is geen enkel bewijs over het vagevuur in de Heilige Schrift, gewoon een roomse verzinsel door Gregorius de Grote in 595 geïntroduceerd.En naast het vagevuur, vergeten wij maar niet, de biecht, de verering en aanbidding van zowel afbeeldingen als relieken, evenals het aanroepen van heiligen de favoriete en meest winstgevende inkomen van de Rome, dat echter ijdele verzinsels zijn en helemaal niet gebaseerd zijn op enig geldig Schriftgedeelte, maar geheel tegenstrijdig met de Thora (de Pentateuch), en de ganse Bijbel.
De biecht is pas geïntroduceerd geweest in het jaar 120 van onze jaartelling. In het jaar 200 was de apostolische opvolging gelanceerd, waarbij de verschillende wijdingen in de rooms-katholieke hiërarchie. In het jaar 325, tijdens de Concilie van Nicaea, werd het dogma van de heilige Drievuldigheid uitgeroepen. In het jaar 364 werd de “zondag” geïntroduceerd, eerder al in gebruik door Keizer Constantijn. In het jaar 381 definieerde de Oecumenische Raad van Constantinopel de leer van de heilige Drievuldigheid. De aanbidding van relikwieën was in het jaar 397 toegestaan. In het jaar 431 was Maria de “Moeder van God” benoemd. In het jaar duizend werd voor het eerst water gewijd, bekend als wijwater. In 1074, mochten de clerus, diakenen, priesters en bisschoppen niet meer huwen, het celibaat was nu van kracht geworden. In het jaar 1200 werd het sacrament van het heilige olieselvoor stervenden ingevoerd. In het jaar 1220 werd de aanbidding van de hostie van kracht. In het jaar 1349 werden de aflaten ingevoerd, waarbij de leuze: “Sobald des geld in der Kasse klingt, die Seele in den Himmel springt.” In het jaar 1545, het decreet dat naast de Heilige Schrift ook de tradities van de kerk moeten geobserveerd worden, op gelijke voet met Gods Woord. In 1549, was er een hoogfeest ingebracht om de doden te herdenken. In 1854, werd het dogma van Maria uitgeroepen als zijnde onbevlekt ontvangen. De pauselijke onfeilbaarheid werd in 1870 uitgeroepen. In 1950 werd de hemelvaart (hemelopneming) van Maria op 15 augustus vastgelegd. Ondertussen, en daarna zijn nog andere dogma’s uitgeroepen. Deze zijn de bijzonderste tegenstrijdige dogma’s door de kerk van Rome gecreëerd.
Elke geloofsgroepering is overtuigd van zijn gelijk, maar in werkelijkheid verschillen ze aanzienlijk van elkaar. Daarom kan slechts één van hen als waarheid beschouwd worden. Met andere woorden, kan slechts één van hen als waarheid worden beschouwd?
Het Katholieke Geloof, later “Rooms”, is één van de oudste gekende “christelijke” godsdiensten. Geen enkele Protestantse Kerk heeft zo een lange kerkgeschiedenis. De Lutherse Kerk, de oudste bestaande Protestantse Kerk, scheurde zich af, zeg maar van, “Rome”, omdat zij andere geloofsovertuigingen hadden, die tot dan toe nog onbekend waren. Langzaamaan, scheurde nog vele andere kerken zich van het rooms-katholieke geloof af, omdat zij andere geloofsovertuigingen hadden op de Bijbel gebaseerd, waren ze van mening.
Was het Protestantisme wel een terugkeer naar de bron, de Bijbel? Neen, ze zijn in een zekere zin rooms-katholiek gebleven, daar ze de besluiten van de Concilie van Nicaea in hun leergezag gehandhaafd hebben, en niet zijn teruggekeerd naar de apostolische tijd (Handelingen van de Apostelen). Bijvoorbeeld, de zondag in plaats van de Shabbatviering; de viering van Kerstmis en Pasen, niet vermeld in Gods Woord; het leergezag van de goddelijke drie-eenheid, van “Rome” zonder weerga door de hervormers overgenomen. Deze kerken zijn helemaal niet meer katholiek, en toch geloven ze steevast dat deze katholieke leerstellingen, Bijbels correct zijn.
De verandering van de Shabbatviering naar de zondag is het teken of merkteken van de Rooms-katholieke kerk. De zondagviering is louter een geesteskind van het Pausdom. Het veranderen van de Shabbat naar de zondag, de eerste werkdag van de week, door de Kerk van Rome, vindt geen Bijbelse autoriteit.
Het is ons duidelijk geworden van de kolossale verwarring die er bestaat in de godsdiensten van deze wereld, en voornamelijk de godsdienst die zichzelf “christelijk” noemt. Als u de honderden en zelfs duizenden uiteenlopende en aan elkaar vijandig gezinde christelijke geloofsovertuigingen nader bestudeerd, dan ziet me dat al deze verenigingen met elkaar tegenstrijdig zijn.
Als u de geloofsleer van Nicaea aanvaardt, namelijk de eredienst op zondag, Kerstmis en Pasen, dan bent u rooms-katholiek gebleven. Nu, andersom! Als u niet gelooft dat “Rome” de bevoegdheid heeft om het christelijke leergezag te bepalen betreffende het geloof binnen uw eigen kerkgemeenschap, waarom hebt u zoveel van het leergezag van deze kerk overgenomen, of gewoon aanvaardt? En meer nog, indien u wel gelooft dat de rooms-katholieke kerk door God gemachtigd is om de vele leerstellingen in andere “Christelijke” gemeenschappen te bepalen, waarom onderwerpt u zich dan niet “volledig” aan haar gezag en verlaat u metéén de onware kerk die u omarmd hebt?
Het schept grote verwarring, vindt u niet? Maar, wat het uiteindelijk op neer komt is dat u, en u alleen als individu, aansprakelijk bent voor wat uw geloofsbelijdenis is. In alle vrijheid, kunt u voor uzelf beslissen wat waar is of vals. Om dit te doen, moet u eerlijk tegen uzelf zijn, namelijk over uw lang gekoesterde religieuze overtuigingen, en moet u vooral oprecht zijn tegenover de God van Abraham, Izaak en Jacob, omdat zoals in het Nieuwe Testament staat:
“Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij haar weet en omdat geen leugen uit de waarheid is. (1 Johannes 2:21)” (NBG51)
Dit zou allemaal vanzelfsprekend moeten zijn als men oprecht tracht om in alles waarheidsgetrouw te zijn. Van Jezus Messias uit, zijn we monotheïsten. We geloven in de Ene en Ware, Almachtige God, en niet een God in drie personen, trouwens hoe kan dat? “Mysterium Fidei”, zegt Rome! Gewoon blindelings geloven, zonder de bewijzen.
Van de wereldgodsdiensten zijn het jodendom, het christendom en de islam monotheïstische godsdiensten. Naar de wel geduide gemeenschappelijke oorsprong of aartsvaderAbraham worden we ook wel Abrahamitische godsdiensten genoemd. De leer van de heilige drievuldigheid in het christendom gaat gepaard met het hindoeïsme, namelijk de ene God met diverse verschijningsvormen, en dat hoort niet bij het monotheïsme.
Het geloof in de Ene en Ware God is niet voorbehouden aan georganiseerde godsdiensten. Individuen kunnen een dergelijk geloof aanhangen zonder de wens zich bijvoorbeeld bij een kerk aan te sluiten. Tevens zijn er in de geschiedenis voorbeelden genoeg van volgelingen in een monotheïstische geloof dat nooit een organisatiegraad bereikte als de bovengenoemde christelijke godsdiensten. Hier, de belangrijkheid van thuiskerken. We willen niet van de Wet van God, de Thora, afwijken.
Jezus zei uitdrukkelijk:
“Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen. (Matteüs 5:17)” (NBG51)
En, dat is duidelijk genoeg! Besteed wat tijd en energie en doe uw eigen onderzoek. Het bewijs ligt voor de hand in Gods Woord.
“Hij zeide tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden.(Lucas 24:44)” (NBG51)
Het is allemaal vervuld, maar alleen in de persoon van Jezus Christus, de enige individu in de geschiedenis van de mensheid die past in de profetische profielschets van God’s Gezalfde, de Messias in de Tenach (OudeTestament) .
De Messiaanse Joden Wereldwijd
Messiasbelijdende Joden, andere benamingen: Messiaanse Joden, Messiaanse Jodendom, Messiaanse Beweging en Messiasbelijders (laatste twee aanduidingen worden ook gehanteerd voor Messiasbelijdende niet-Joden), zijn Joden die Jezus als de door God in de (Hebreeuwse) Bijbel beloofde Messias (christelijke opvatting) beschouwen en dat op een Joodse wijze willen beleven.
In Israël, krijgt de heropleving van, Joden die in Jezus geloven heel wat aandacht. Veel leiders zeggen, dat het de sterkste groei is sinds de tijd van Jezus, en dat de Messiaanse beweging, op het punt van een grote heropleving zou kunnen staan.
"Dit is de eerste keer dat wij de Israëlische maatschappij in het algemeen zien, dat zo open staat en overweegt wie Yeshua is, " zegt Messiaanse leider Asher Intrater. " Dit is een echt wonder, het volk begint het als gunst te zien, met ons in het land."
Hoewel Jezus en de vroege discipelen Joods waren, bijna 2.000 jaar geleden, word het evangelie hoofdzakelijk gezien als een godsdienst voor Christenen. Zelfs de naam Jezus of Yeshua is een verboden woord onder veel Joden geweest. Maar in de laatste jaren, gebeurt er iets belangrijks, zeggen Messiaanse leiders in Israël.
"Ik geloof met heel mijn hart, nadat wij terug gekomen zijn in het land, wij God, en de Heilige Geest zien, die de sluier voor de ogen van de Joden verwijderd, meer en meer Joden beginnen te realiseren, " zegt predikant Avi Mizrachi uit Tel Aviv.
Hoewel niemand met zekerheid weet, hoeveel Messiaanse Joden in Israël leven, zijn er nu ongeveer honderd twintig congregaties met tienduizend tot vijftienduizend Joodse gelovigen in Jezus.
Het lijkt misschien niet veel, gezien de bijna zes miljoen Joden, maar tien jaar geleden, waren het ongeveer drieduizend vijfhonderd Joodse gelovigen en tachtig congregaties in Israël.
Een Messiaanse Jood is een Joods persoon die gelooft dat Yeshua (Jezus) hun Messias is. Sommige mensen denken dat een Jood die in Jezus gelooft geen Jood meer is. Maar wat kan er mogelijkerwijs meer Joods zijn dan het geloven in de Joodse Messias, Yeshua?
Benjamin Berger was een orthodoxe Jood, werd ongelovig en ontdekte tenslotte Jezus (Jesjoea) als de Messias van Israël, de Zoon van God en de Redder van de wereld. Samen met zijn broer Ruben begon hij een gemeenschap van mannen die voor de Heer ongehuwd willen leven. Zij wonen nu in Jeruzalem en zijn medestichters van “TheJerusalem Olive Tree Fellowship.”De olijfboom verwijst naar het beeld van Paulus in Romeinen 11, als het beeld van het ene Lichaam van Christus met de edele en de wilde loten. Hier volgt een passage uit Romeinen, Hoofdstuk 11, “De bekering van de heidenen, en het behoud van Israël.”
“Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem. Zij zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil. Want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk. Want evenals gij eertijds aan God ongehoorzaam waart, maar nu ontferming hebt gevonden door hun ongehoorzaamheid, 31 zo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geworden, opdat door de u betoonde ontferming ook zij thans ontferming zouden vinden. Want God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten, om Zich over hen allen te ontfermen. O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.(Romeinen 11: 25-36)” (NBG51)
Louis Lapides, een Hebreeuws schriftgeleerde en Messiaanse Jood is een bekend schrijver en spreker over Messiaanse profetie in het Oude Testament. Eén van de belangrijke bewijsstukken die Lapides ervan overtuigden dat Jezus de langverwachte Messias van de Joden was, was de vervulling van profetie in de Joodse Schriftteksten zelf. Er zijn meer dan 300 profetieën over de komende Messias (waarvan er ongeveer 40 zeer specifiek zijn) en Jezus vervulde deze allemaal. Sommigen beweren dat dit slechts toeval is. Sommigen zeggen dat dit achteraf een manipulatie door de Christenen was. Sommigen zeggen dat de interpretatie uit verband is gerukt. Maar al deze bezwaren verdwijnen als sneeuw voor de zon wanneer zij onderzocht worden. Door de ontdekking van de Dode Zee Rollen en de betrouwbaarheid van de Septuagint versie van het Oude Testament weten we nu met zekerheid dat de Joodse voorspellingen ouder zijn dan de tijd van Jezus Christus, en dat het Oude Testament in de tegenwoordige vertalingen bijna identiek is aan de Hebreeuwse teksten uit de oudheid. Lapides zei: "Weet je, ik lees veel boeken die mensen schrijven om datgene af te breken waar wij in geloven. Het is niet erg prettig om dat te doen, maar ik neem de tijd om elk bezwaar individueel te bekijken en om dan de context en de bewoordingen in de originele taal te onderzoeken. En steeds maar weer blijven de profetieën overeind staan en bewijzen zij dat ze waar zijn."
Messiaanse Profetieën
De Joodse ideeën over de Messias zijn gebaseerd op dezelfde Oude Testament citaten die door de Christenen worden bestudeerd. Zorgvuldige analyse van de door de Joodse rabbijnen geciteerde Bijbel aanhalingen over de Messias tonen aan dat de Messiaanse verwijzingen van de Nieuwe Testament schrijvers overeenkomen met die van de Joodse rabbijnen. De lijst is erg lang. Het bevat leerstellingen zoals:
·Het bestaan van de Messias voor het scheppen van de wereld.
·Zijn verhevenheid boven Moses en zelfs de engelen.
·Dat Hij de mensheid vertegenwoordigt.
·Zijn wrede lijden en gewelddadige dood voor Zijn mensen.
·Zijn werk in naam van de levenden en de doden.
·Zijn verlossing en het herstellen van Israël.
·De tegenwerking van de niet-Joden, hun gedeeltelijke veroordeling en bekering.
·De overwinning van Zijn wetten, de universele zegeningen in de latere dagen en Zijn koninkrijk.
Al het hierboven aangehaalde kan worden afgeleid uit de Joodse geschriften van voor en rond de tijd van Jezus, Uiteraard, is alles echter minder ontwikkeld dan in de Christelijke visie omdat we nu het voordeel hebben dat we kunnen terugkijken op het leven van de Messias. De Joodse commentaren zien deze passages niet anders dan onvervulde profetieën – ze zien de schemering van de bijna opgaande zon, maar niet het volle daglicht. De Joodse schrijvers verwijzen vaak naar het lijden en de dood van de Messias en hoe dit is verbonden met onze zonden – hoe kon dat ook anders gegeven Jesaja 53? In een van de meest opmerkelijke commentaren wordt beschreven dat de Messias vrijwillig het lijden op zich neemt op voorwaarde dat Israël (de levenden, de doden en diegenen die nog niet geboren zijn) gered zal worden, de relatie tussen God en Israël hersteld zal worden en dat De duivel naar de hel zal worden verbannen.
Messiaanse profetie is, aldus, de verzameling van meer dan honderd voorspellingen (een conservatieve schatting) in het Oude Testament over de toekomstige Messias van het Joodse volk. Deze voorspellingen werden door diverse schrijvers, in talrijke boeken, opgeschreven in een periode van ongeveer duizend jaar. Tegenwoordig is de Messiaanse profetie zeer treffend: vanwege de ontdekking van de Dode Zee Rollen en de betrouwbaarheid van de Septuagint versie van het Oude Testament (van beide is bewezen dat deze bestonden voor de tijd waarin Yeshua, ‘Jezus’ de aarde bewandelde) kan men er zeker van zijn dat deze voorspellingen niet achteraf "in mekaar werden gestoken".
Messiaanse Profetieën: Vervuld door Yeshua, de Messias
De Messiaanse profetie werd door de Messias, Yeshua, vervuld. Hoewel veel Joden Yeshua niet aanvaardden als hun Messias, deden velen dit wel en zij vormden de Joodse sekte die later verkeerd bekend werd als de Christenen. Het Christendom, dat deels op dramatische wijze is gebaseerd op de vervulling van historische profetie, verspreidde zich snel door het Romeinse Rijk van de eerste eeuw. Onderzoek de voorspellingen voor uzelf, en bereken de waarschijnlijkheid dat één enkele man slechts een handvol van de meest specifieke voorspellingen zou kunnen vervullen, en dat is zeer verstellend.
“Hij zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Moses, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’” Lucas 24:44 (NBV)
De verzen in het Oude Testament zijn de profetie; de verzen in het Nieuwe Testament verkondigen de vervulling. Vergelijk zelf maar eens.
·Geboren uit een maagd (Jesaja 7:14; Matteüs 1:21-23)
Een afstammeling van Abraham (Genesis 12:1-3; 22:18; Matteüs 1:1; Galaten 3:16)
Van de stam van Juda (Genesis 49:10; Lucas 3:23, 33; Hebreeën 7:14)
Van het huis van David (2 Samuël 7:12-16; Matteüs 1:1)
Geboren in Betlehem (Micha 5:2, Matteüs 2:1; Lucas 2:4-7)
Naar Egypte meegenomen (Hosea 11:1; Matteüs 2:14-15)
Het doden van de baby's door Herodus (Jeremia 31:15; Matteüs 2:16-18)
Gezalfd door de Heilige Geest (Jesaja 11:2; Matteüs 3:16-17)
Aangekondigd door de boodschapper van de Heer (Johannes de Doper) (Jesaja 40:3-5; Maleachi 3:1; Matteüs 3:1-3)
Zou wonderen verrichten (Jesaja 35:5-6; Matteüs 9:35)
Zou goed nieuws prediken (Jesaja 61:1; Lucas 4:14-21)
Zou in Galilea prediken (Jesaja 9:1; Matteüs 4:12-16)
Zou de Tempel zuiveren (Maleachi 3:1; Matteüs 21:12-13)
Zou Zichzelf 173,880 dagen na de verordening om Jeruzalem te herbouwen als koning presenteren (Daniël 9:25; Matteüs 21:4-11)
Zou Jeruzalem als koning op een ezel binnengaan (Zacharia 9:9; Matteüs 21:4-9)
Zou door de Joden worden afgewezen (Psalm 118:22; I Petrus 2:7)
Stierf een vernederende dood (Psalm 22; Jesaja 53) met hierbij:
1.afwijzing (Jesaja 53:3; Johannes 1:10-11; 7:5,48)
2.verraden door een vriend (Psalm 41:9; Lucas 22:3-4; Johannes 13:18)
3.verkocht voor 30 zilverstukken (Zacharia 11:12; Matteüs 26:14-15)
4.zweeg tegen Zijn aanklagers (Jesaja 53:7; Matteüs 27:12-14)
5.werd bespot (Psalm 22: 7-8; Matteüs 27:31)
6.geslagen (Jesaja 52:14; Matteüs 27:26)
7.bespuugd (Jesaja 50:6; Matteüs 27:30)
8.Zijn handen en voeten werden doorboord (Psalm 22:16; Matteüs 27:31)
9.werd met dieven gekruisigd (Jesaja 53:12; Matteüs 27:38)
10.bad voor Zijn vervolgers (Jesaja 53:12; Lucas 23:34)
11.Zijn zij werd doorboord (Zacharia 12:10; Johannes 19:34)
12.kreeg gal en azijn te drinken (Psalm 69:21, Matteüs 27:34, Lucas 23:36)
13.geen gebroken botten (Psalm 34:20; Johannes 19:32-36)
14.begraven in de graftombe van een rijk mens (Jesaja 53:9; Matteüs 27:57-60)
15.er werd om Zijn kleren geloot (Psalm 22:18; Johannes 19:23-24)
Zou uit de dood opstaan!! (Psalm 16:10; Marcus 16:6; Handelingen 2:31)
Steeg op naar de Hemel (Psalm 68:18; Handelingen 1:9)
Zou aan de rechterhand van God zitten (Psalm 110:1; Hebreeën 1:3)
Bezwaren tegen de bewijzen van de profetieën
Inderdaad,hebben critici geprobeerd om de bevestiging dat Jezus inderdaad alle Messiaanse profetieën uit het Oude Testament heeft vervuld aan te vechten. Hieronder volgt een overzicht van de meest gebruikte bezwaren en opmerkingen:
Het is allemaal puur toeval. Dit argument stelt dat het toeval is dat Jezus alle profetieën heeft vervuld. Er zouden zelfs vele anderen geweest zijn die ook aan het profetische profiel voldaan zouden hebben. In de vorige paragraven hebben we de onwaarschijnlijkheid (onmogelijkheid is een beter woord) van zo een toeval reeds aangetoond.
En … Jezus is de enige historische persoon die ooit heeft bevestigd alle profetieën vervuld te hebben.
Het gewijzigde evangelie argument.Is het wellicht mogelijk dat de evangelisten details aan de gebeurtenissen hebben toegevoegd om het erop te laten lijken dat Jezus de profetieën vervulde? Zo is er bijvoorbeeld de voorspelling dat de beenderen van de Messias niet zouden worden gebroken. Wellicht heeft Johannes het verhaal verzonnen dat de Romeinen Jezus’ benen niet braken toen ze de benen braken van de dieven die naast Jezus waren gekruisigd. En wellicht is hetzelfde gebeurd met de profetie over het verraad voor de dertig zilverstukken. Wellicht was Matteüs gewoon creatief met de feiten en verzon hij het verhaal dat Judas Jezus heeft verraden voor datzelfde bedrag?
Dit argument is echter niet erg realistisch als we de eerder besproken bewijzen voor de betrouwbaarheid en accuratesse van de evangeliën in ogenschouw nemen. Toen de evangeliën begonnen te circuleren was de generatie die Jezus persoonlijk had meegemaakt nog steeds in leven en zouden dit zekere bezwaar hebben aangetekend tegen een verslag van gebeurtenissen die nooit hadden plaatsgevonden.
Tevens zouden niet-christenen onmiddellijk elke mogelijkheid aangegrepen hebben om de evangeliën in diskrediet te brengen door zulke vervalste verhalen aan te wijzen. De documenten uit de Joodse Talmoed verwijzen naar Jezus in verachtende termen maar ze beweren nergens dat de vervulling van de profetieën was gefalsificeerd. Geen enkele keer!
De profetieën werden opzettelijk vervuld.Sommige sceptici beweren dat Jezus eenvoudigweg alle profetieën opzettelijk vervulde. Zij beweren dat “Hij Zacharia ook gelezen moet hebben, dus Hij zich een ezel aanschafte om Jeruzalem in te rijden en op die wijze de profetie te vervullen.”
Voor een paar profetieën zou dit inderdaad mogelijk geweest kunnen zijn, zoals met de bovengenoemde ezel, Zijn stilte voor Zijn beschuldigers en het citeren van Bijbelverzen tijdens de kruisiging. De overgrote meerderheid van de profetieën werd echter buiten Zijn invloed vervuld.
Hoe zou Jezus immers ooit hebben kunnen regelen dat de Joodse Sanhedrin 30 zilverstukken aan Judas aanbood voor zijn verraad? Hoe zou Hij Zijn stamboom kunnen regelen, of de plaats waar Hij werd geboren, of de manier van Zijn executie, of het vergokken door de soldaten van zijn kleren, of dat Zijn benen niet gebroken werden? Hoe kon Hij ooit Zijn opstanding organiseren? Hoe kon Hij Zijn conceptie beïnvloeden? … Alleen indien Hij inderdaad God zou zijn, zou Hij dit inderdaad kunnen doen.
Het samenhang argument.Wijzen de, door Christenen aangeduide, Messiaanse passages inderdaad naar de komende Messias of worden ze door Christenen uit de samenhang van de tekst geïnterpreteerd?
Aan de oppervlakte klinkt dit argument best redelijk. Na een diepere analyse loopt ook dit echter op een dood spoor. De meeste van de profetieën over de Messias waren immers al welbekend en herkend door de Joods rabbijnen eeuwen voordat Jezus was geboren. Deze voorspellingen werden niet altijd compleet en correct begrepen, maar ze waren wel bekend.
Het sterkste tegenargument tegen elke bewering van manipulatie van de Messiaanse profetieën is om persoonlijk onderzoek te doen. Alle informatie is in de Bijbel aanwezig. Besteed wat tijd en energie en doe je eigen onderzoek. Je zult al het bewijs vinden wat je zoekt.
“Hij zeide tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden.(Lucas 24:44)” (NBG51)
Het is allemaal vervuld, maar alleen in de persoon van Jezus Christus, de enige individu in de geschiedenis van de mensheid die past in de profetische profielschets van God’s Gezalfde, de Messias.
Samenvatting
Over de jaren, velen van de Messiaanse Joden hebben enkel “Overblijfsel” gepredikt zonder een interesse voor wereldwijde opwekking. Vele Heilige Geest gevulde Christenen hebben een visie gehad voor wereldwijde “opwekking”, maar niet voor het belang van het overblijfsel uit Israël. Echter, de twee zijn aan elkaar gelinkt bij de terugkomst van Jezus.
Wij geloven dat God niet langer de “profetisch-apostolische” Christenen het Messiaanse overblijfsel in Israël zal laten “overslaan”. Net zo min geloven wij dat God zal toestaan dat de Messiaans Joodse gemeenschap de verplichting aan wereldwijde opwekking zal ontwijken. Hij ent ons in elkaar in zodat de glorie van Zijn Zoons koninkrijk op aarde gevestigd kan worden.
“En de HERE zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de HERE de enige zijn, en zijn naam de enige. (Zacharia 14:9)” (NBG51)
“Om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten. (Efeziërs 1: 10)” (NBG51)
De Messiaanse beweging is internationaal van karakter. In de Verenigde Staten zijn veruit de meeste gemeenten te vinden, rond de 300 met een ledental dat volgens schattingen uiteen loopt van enkele tienduizenden tot 150.000 aanhangers. Met name in de voormalige Sovjet Unie en in Latijns Amerika lijkt de beweging de laatste jaren flink te groeien. Ook in Nederland is een gemeente te vinden; sinds 1991 komt de gemeente Beth Yeshua (huis van Jezus) samen in Amsterdam.
Anders dan in de Verenigde Staten van Amerika, waar de beweging is ontstaan vanuit verenigingen van Joodse leden van de kerken, ligt het begin van de Messiaanse beweging in Israël in de protestantse zending. Halverwege de 19e eeuw leidde dit tot de stichting van een gezamenlijk episcopaat van de Lutherse en de Anglicaanse kerk en bevestigden zij achtereenvolgens Michael Solomon Alexander en Samuel Gobat in het ambt. Werkend vanuit de “Christ Church” in de Oude Stad moesten deze bisschoppen van Joodse afkomst zich richten op de zending onder het Joodse volk.
Het interieur van de “Christ Church” is een mooi voorbeeld van de pogingen om het christelijke geloof te laten aansluiten bij de Joodse cultuur. Zo heeft het klassiek ingerichte kerkgebouw een preekstoel en een altaar, maar daarop is de tekst ‘Doe dit tot mijn gedachtenis’ geschreven in het Hebreeuws. Daaronder wordt met de symbolen van de Davidsster en een kroon en de naam Emmanuël als boodschap uitgedragen dat Jezus de verwachtte koning-messias is uit het huis van David.
Messiaanse Joden en Christenen, samen één geloofsbelijdenis
Wij geloven:
I. De Heilige Schrift - De Bijbel bevat de Tenach (de Heilige Schriften), en de latere geschriften bij name de “B'rit Hadasha”, het Nieuwe Testament, als de enige onfeilbare en gezaghebbende Woord van God. Wij erkennen de goddelijke oorsprong van de voornoemde Heilige Schriften als enige leergezag, leidraad voor geloof en gedrag.
Deuteronomium 6: 4-9
Spreuken 3:1-6
Psalmen 119: 89 en 105
Jesaja 48:12-16
Romeinen 8: 14-17
2 Timoteüs 2:15
2Timoteüs 3:16-17
II.GOD – Wij geloven dat de Shema, “Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is één! (Deuteronomium 6:4)” Het onderwijst dat God is Echad, hetgeen betekend dat Hij een éénheid is, een samengestelde éénheid, eeuwig één in verscheidenheid.
“In de beginne schiep God de hemel en de aarde” (Genesis 1:1) (NBG51) (Elohim: God).
“Laat ons mensen maken naar ons beeld” (Genesis 1:26) (NBG51).
“Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees: deze zal mannin” heten, omdat zij uit de man genomen is. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn.” (Genesis 2: 23-24)” (NBG51)
Adam en Eva waren geschapen om één vlees te zijn (basar echad), en heeft als betekenis dat Hij een persoonlijkeGod is die ons heeft geschapen (Genesis hoofdstukken 1 en 2), en dat Hij in drie personenvoor eeuwig bestaat: Vader, Zoon en Heilige Geest.
Romeinen 8: 14-17 (Vader, Geest, en Messias – Zoon)
Matteüs 28:18-20 (ondergedompeld in de naam van de Vader, Zoon, en Heilige Geest)
A. GOD DE VADER (Abba)
Johannes 6:27b
1 Korintiërs 1:3
Galaten 1:1
Openbaring 3:5, en 21
Jeremia 3: 4, en 19 ; 31:9
Maleachi 1:6
Matteüs 6:9, en 32
Lucas 10 : 21-22
Johannes 1 :14 ; 4 :23 ; 5 : 17-26 ; 6 : 28-46
Romeinen 8 :14-15
B. GOD DE ZOON (HaBen)
1.God heeft een Zoon
Psalm 2
Spreuken 30:4-6
Hebreeën, hoofdstuk 1
Lucas 12: 35-37
Johannes 1:29-34, en 49; 3: 14-18
2.De Zoon, genaamd Yeshua (Jezus), betekend “heil”, in deze wereld geboren uit een maagd.
Jesaja 7:14
Lucas 1: 30-35
3.De Zoon is God (Godheid), en wordt als God vereerd als eeuwig bestaand.
Psalm 101
Hebreeën 1:13
Jesaja 9: 6-7
Matteüs 28: 18-20
Filippenzen 2: 5-11
Kolossenzen 1: 15-19
Openbaring 3:21
Hebreeën 1 (en Hem moeten alle engelen Gods hulden)
Openbaring 4:8; 5: 5-14
4.Hij is de beloofde Mashiach (Messias) van Israël.
Jesaja 9: 6-7; 11:1
Daniël 9 (voornamelijk de verzen 20-26)
Jesaja 53
Johannes 1:17, en verzen 40-41, 45, 49
Marcus 8:29
5.Hij is de wortel en geslacht van David, de blinkende morgenster.
Numeri 24:17
Openbaring 22:16
6.Hij is onze Pascha (Paaslam), het Lam van God.
1 Korintiërs 5:7
Openbaring 5
Johannes 1: 29
C.GOD DE HEILIGE GEEST (Ruach HaKodesh)
1.Inleiding in Genesis 1:2b
2.In the Tenach, de Geest van God kwam op personen van onze voorvaderen, zoals Moses, David (zie 2 Samuël 23:1-3), en profeten voor bijzondere doelen.
3.In het Nieuwe Testament (Verbond), de Messias, Yeshua, beloofde zijn discipelen“de Trooster”, die zou komen na Hij is heengegaan, beschreven als de “Geest van Waarheid, om ons in alle waarheid te begeleiden om Hem te verheerlijken, de Messias – niet Hemzelf.
Johannes 14: 17 en 26, ook:
“De Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid: want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toeskomst zal Hij u verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen. Al wat de Vader heeft, is her mijne; daarom zeide Ik: Hij neemt uit het mijnze en zal het u verkonidigen.” (Johannes: 16: 13-15) (NBG81)
Hij geeft ons kracht (Handelingen 1:8)
Hij verzegelt ons (Efeziërs 1:13; en, 4: 30)
Zonder de Geest behoren wij niet tot Hem (Romeinen 8:9).
Hij leidt en onderwijs ons (Romeinen 8:14-17)
De Geest die in ons woont leidt ons tot heiligheid:
“Bekeertuen een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen. (Handelingen 2:38) (NBG51)
III.MAN
A. Geschapen naar het beeld van God.
Genesis 1:26-27, maar
B. Door ongehoorzaamheid viel de mens waarbij zijn eerste staat hem ontnomen werd, en werd zodoende van God gescheiden.
Genesis 2: 17; 3:22-24
Daarom, volgens de Heilige Schriften zijnde mensen met een zondige natuur geboren.
Psalm 14:1-3
Psalm 49:7
Psalm 53:13
Jesaja 64: 6
Romeinen 3: 9-12 en 23
Romeinen 5:12
C. De hoop en de verlossing (heil) van de mens is enkel mogelijk door het verzoeningswerk van de Messias.
Leviticus 17:11
Jesaja 53
Daniël 9:24-26
1 Korintiërs 15:22
Hebreeën 9:11-14 en 28
Johannes 1:12; 3:36
Met als resultaat, vernieuwing door de Heilige Geest, hetgeen de wedergeboorte betekent.
Titus 3:5
Johannes 3:3-8
Door genade zijn wij behouden, door geloof, een gave Gods.
“Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, omdat niemand roeme. (Efeziërs 2:8-9)”
IV. Verrijzenis en Oordeel
Wij geloven in de verrijzenis van beide de verlosten en de verlorenen: de enen tot eeuwig leven en de anderen tot eeuwige afzondering van God, de eeuwige straf.
Job 14: 14; 19:25-27
Daniël 12: 2-3
Johannes 3:36; 11:25-26
Openbaring 20:5-6, en 10-15; 21: 7-8
V. De Messias – De Redder
De Schriften beloofde twee “terugkomsten” van de Messias:
A.De eerstekomst
1.Beloofd in Daniël 9: 24-26
2.Het verzoeningswerk voor de zonde.
Daniël 9:24-26;
Jesaja 53
Romeinen 3:21-31
Hebreeën, hoofdstukken 9 en 10
Johannes 3: 16-17
B.De tweede komst
1. De belofte van de Messias om in de lucht de gelovigen tegemoet te komen.
1 Tessalonicenzen 4: 13-18
Johannes 14: 1-6
1 Korintiërs 15: 51-57
2. Messias’ terugkomst op aarde.
A.De Verlosser komt terug naar Zion.
Jesaja 59: 20-21
Zacharia 14:4
B.Israël’s geestelijke verlossing in het Nieuwe Testament.
Zacharia 12: 8-13:1
Romeinen 11:25-27
Hebreeën 9:28
Jeremia 31:31-40
C.Israël’s nationale herstelling, hetgeen betekent de terugkeer van Gods volk uit de vier windstreken van de aarde naar Israël, Davids Koninkrijk.
Jesaja 11, meer bepaald 11: 11-16, Israël’s nieuwe heerlijkheid, de herstelling van Davids troon en koninkrijk voor eeuwig.
Jesaja 9:6-7
Lucas 1: 30-33
Jeremia 23: 3-8
VI. Israël in de Profetie
Wij geloven in Gods eindtijdsplan voor de natie Israël, en de gehele wereld. Het voornaamste in het Messiaanse Jodendom is het geloof in de fysische en geestelijke herstelling van Israël, als onderwezen in de Schriften. Het grootste mirakel van vorige en deze eeuw is de hervestiging of nieuwgeboorte van de Staat Israël volgens het profetische woord.
Ezechiël 34: 11-31, en hoofdstukken 36-39.
Hosea 3
Amos 9:11-15
Zacharia hoofdstukken 12-14
Jesaja 11, 43, 54, 60-62, en 66
Romeinen 11:1-34
(Zie ook de Bijbelsereferenties onder het rubriek V “De Messias”).
VII. Messiaanse Jodendom
A.Wij herkennen dat het Joodse volk, de fysische afstammelingen van Abraham, door Isaak en Jacob, zowel langs de moeder’s of de vader’s bloedlijn, die hun geloof in Israël’s Messias, Yeshua, hebben gevestigd, en die op grond van de Schriften Joods zijn gebleven.
Romeinen 2: 28-29
Heidenen die hun geloof in Yeshua (Jezus) hebben gevestigd, zijn geënt in het “Joodse Olijfboom Geloof.”
Romeinen 11:17-25
Om de geestelijke zonen en dochters van Abraham te worden.
Galaten 3: 28-29
B.Wij observeren en vieren de Joodse Heilige Dagen door God aan Israël gegeven, vervult in en door de Messias Yeshua (Jezus). Wij geloven dat het ware “Bijbelse Jodendom”, het geloof van de “eerste eeuw” gelovigen, die het onafgebroken en doorlopendgeloof zochten in praktijk te brengen, dat God de Ene Ware is, en bovenal in God’s Zoon, Yeshua, de Messias geopenbaard. Wij geloven dat “heil” (zaligmaking) altijd door “het geloof” is, en dat het naleven van de wet, of door goede werken, niemand kan redden.
Genesis 15: 6
Romeinen hoofdstukken 2 tot 6.
Efeziërs 2: 8-9
Hebreeën 11:6, en 39.
C. Wij bevestigen dat de gelovigen van het Nieuwe Verbond (Nieuwe Testament) is door Joden en Heidenen samengesteld, die Yeshua, de Messias, als de beloofde Verlosser hebben aanvaardt.Door Hem is de scheidingsmuur doorbroken, en samen aabidden wij nu de God van Israël.
1 Korintiërs 12: 13
Efeziërs 2: 13-14
Messiaans-Joodse Eredienst
Er bestaat een grote verscheidenheid aan vormen van eredienst onder messiasbelijdende Joden. Zij variëren van geheel gestructureerde liturgische vormen tot vrije en ongestructureerde patronen, die nauwelijks verschillen van de vorm en stijl van de eredienst van de evangelische gemeenten. Sommige gemeentes combineren op een soepele wijze overgeleverde liturgische elementen met spontane en nieuwe vormen.
Ook hier zijn er duidelijke verschillen tussen Israël en de diaspora. Noord- Amerikaanse messiasbelijdende Joden zijn typisch het meest liturgisch en die in Israël het minst. De meeste messiasbelijdende Joden in andere landen zitten daar ergens tussenin. Er liggen diepgaande punten ten grondslag aan deze verschillen. Sommigen zijn verklaarbaar door verschillen in historische achtergronden en invloeden. In Israël komt de minder sterke liturgische nadruk voort uit de invloed van de zending vanuit de vrije kerken bij het ontstaan van de beweging, uit een meer intense aandacht voor het profetische en voor een deel uit een reactie tegen de starheid van het orthodoxe Jodendom. In Noord-Amerika gebruiken de meeste gemeenten enkele van de belangrijkste gedeelten van de synagogale liturgie, maar vullen deze liturgie aan met moderne messiaans-joodse lofprijs- en aanbiddingsmuziek. In Oost- en West-Europa en Zuid-Amerika is een gematigd gebruik van de liturgie gangbaar.
Het sterk charismatische element in een groot deel van de messiaans-joodse beweging komt het meest naar voren in de aanbidding. De messiaanse beweging is zeer creatief geweest in het produceren van muziek en teksten voor aanbidding, waarbij veel liederen gecomponeerd zijn in het Hebreeuws en over de hele wereld gezongen worden. Deze creativiteit komt ook duidelijk naar voren in de vormen van Israëlische dans, die nu gebruikelijk zijn gedurende tijden van lofprijzing in de messiaans-joodse eredienst.
Het is misschien niet verbazingwekkend dat joodse gelovigen in Jesjoea meer dan de meeste gelovigen uit de volken worden geconfronteerd met de spanning tussen waardering voor tradities en waarden uit het verleden en een grote afhankelijkheid van de leiding van de Heilige Geest in het heden. In wat nog een jonge en in ontwikkeling zijnde beweging is, komt deze spanning in de eredienst het meest duidelijk naar voren. Aan de ene kant kan een vorm van eredienst zonder enige relatie met de overgeleverde liturgie gemakkelijk leiden tot wortelloze oppervlakkigheid, terwijl een nadruk op orthodoxie en traditie op haar beurt afbreuk kan doen aan de creativiteit en het moeilijker maakt ruimte te geven aan het bewegen van de Geest van God.
De Shabbat
Messiasbelijdende Joden vieren elke week de Sjabbat van vrijdag zonsondergang tot zaterdag zonsondergang. De Sjabbat-eredienst in de messiaanse gemeenten kan op vrijdagavond, zaterdagochtend of zaterdagmiddag plaatsvinden. Deze Sjabbat-diensten variëren onderling enorm. Sommige messiaans-joodse diensten, voornamelijk in Amerika, omvatten de belangrijkste elementen van de liturgie van de traditionele joodse dienst, inclusief de inleidende psalmen, de zegenbeden voor en na het Sjema (de centrale geloofsbelijdenis uit Deuteronomium 6:4) en het Sjema zèlf (inclusief de lezingen uit Deuteronomium 6 en 11 en Numeri 15). De Thora-dienst met zijn zegeningen en lezingen is heel gebruikelijk in Amerika en in veel Oost-Europese gemeenten. Dat is in Israël slechts bij een minderheid van de messiaans-joodse gemeenten het geval.
Daarbij is het grote gebed, dat bekend staat als het Amida, waarvan de oorspronkelijke inhoud teruggaat tot de tijd van Jesjoea, ook heel gebruikelijk. Dit gebed heeft zeven zegeningen voor de Sjabbat, maar negentien voor de dagen van de week. Andere klassieke gezangen zoals Adon Olam en Aleenoe zijn ook gangbaar. Deze gebeden bevatten de meest fundamentele joodse hoop en belijdenissen. Het Aleenoe geeft uitdrukking aan de joodse hoop op de volledige verlossing van Israël en de volkeren, die alle verenigd zullen worden in de aanbidding van de God van Abraham, Isaak en Jakob. De AŠronitische zegen (Numeri 6: 24-26) heeft bijna overal een plaats.
Het messiaans-joodse jaar
Vrijwel alle messiasbelijdende Joden vieren, zowel in gemeente- als in gezinsverband, de jaarlijkse cyclus van de bijbelse feesten. In het messiaans-joodse jaar worden alle feesten geïnterpreteerd vanuit Jesjoea als het middelpunt van de vervulling. Voor het tijdstip waarop de feesten
gehouden worden, wordt de joodse bijbelse kalender gevolgd en dit verschilt dus zowel van de kalenders van de christelijke kerken, alsook soms van de rabbijnse kalender.
Allereerst is er Pèsach. Zowel de gemeentebijeenkomsten als de Sedervieringen thuis benadrukken de gebeurtenissen rond de uittocht/Exodus en de dood en opstanding van Jesjoea (het Feest van de Eerstelingen). Dit is een periode met heel belangrijke familie- en gemeentebijeenkomsten. Voor messiasbelijdende Joden die de nadruk leggen op de bijbelse gebruiken, is Pèsach het begin van het jaar.
De meest gebruikelijke liturgie is de inhoud van de Pèsach-liturgie die bij Seder-vieringen in de familie of in de gemeente wordt gebruikt, waar het verhaal van Pèsach wordt naverteld. Deze liturgie staat in een boekje dat de Haggada genoemd wordt. De hoofdkenmerken van de traditionele Sederviering zijn ook bij de meeste messiasbelijdende Joden te vinden. Dit betreft de elementen van de Seder zoals het eten van Matsot (ongezuurde broden), vier bekers rode wijn, bittere kruiden (mierikswortel), groene groenten (veldsla of peterselie) en Charoset (een mengsel van appel en noten). De traditionele zegeningen, het navertellen van het verhaal, en de vier vragen waarom deze avond anders is dan alle andere avonden, horen hierbij met nog veel meer onderdelen. Er bestaan verschillende messiaansjoodse versies van de Seder, die zowel de traditionele elementen bevatten als een toevoeging van de betekenis van de vervulling in Jesjoea.
Sjavoeot (Pinksterdag) is de viering van het ontvangen van de Thora op de Sinaï en van de dag waarop de Geest in de bovenzaal in Jeruzalem werd uitgestort op de discipelen. Sommige messiasbelijdende Joden volgen de joodse traditie om de hele nacht de Thora te bestuderen.
De najaarsfeesten zijn heel belangrijk in alle messiaans-joodse gemeenten. Deze feesten beginnen met het traditionele, maar niet-bijbelse Nieuwjaar (Rosj haSjana). Op dit feest blazen messiasbelijdende Joden niet alleen op de Sjofar, maar ze brengen de betekenis daarvan ook in verband met de wederkomst van de Messias en alle Bijbelse passages die gaan over Zijn komst. Bij Jom Kipoer (Grote Verzoendag) gaat het om Jesjoea en Zijn verzoening. Er is een grote verscheidenheid aan vormen van eredienst bij de gemeenten in de viering van Jom Kipoer. Sommige gemeenten gebruiken veel van de traditionele gebeden van deze dag, terwijl andere, die minder liturgisch georiënteerd zijn, alleen de nadruk leggen op de Bijbelse inhoud en gebruik maken van de meest passende messiaans-joodse lofprijzing- en aanbiddingsmuziek.
Het feest van Soekot (Loofhuttenfeest) wordt profetisch verstaan als de komst van het Koninkrijk van God in zijn volheid. De gebeurtenissen in het leven van Jesjoea tijdens dit feest (Johannes 7-9) maken gewoonlijk deel uit van het onderricht. De meest zichtbare gewoonte is het bouwen van een Soeka, het geïmproviseerde tijdelijke onderkomen, dat de periode in de woestijn in Exodus en Numeri weergeeft. Het gezin gebruikt de maaltijden in de Soeka en nodigt vrienden uit om te delen in de vreugdevolle viering van Gods voorzienigheid. Het bouwen van de Soeka is een familieaangelegenheid en kinderen worden extra aangemoedigd om de Soeka te versieren met zelfgemaakte decoraties. Veel messiasbelijdende Joden geloven dat dit de periode was van de geboorte van Jesjoea en sommigen leggen hier in hun prediking de nadruk op.
In december wordt het feest van Chanoeka algemeen gevierd. Hoewel de herdenking van de herinwijding van de tweede Tempel alleen wordt beschreven in de boeken van de Makkabeeën, die niet erkend worden als onderdeel van de canonieke boeken van de Schrift, wordt het als een bijbels feest behandeld omdat het in Johannes 10 staat vermeld. Omdat dit de periode is van de christelijke viering van de geboorte van Jezus, verbinden sommige messiasbelijdende Joden Chanoeka met de menswording en geloven dat dit de tijd was van de aankondiging en de conceptie van Jesjoea. In de prediking en het onderricht wordt dan niet alleen aandacht besteed aan de bevrijding van ons volk, maar ook aan de komst van de Messias in de wereld en de gebeurtenissen rond de menswording.
Hoewel het een minder belangrijk feest in de Bijbel is, vieren veel messiaans-joodse gemeenten het Poeriem-feest zoals voorgeschreven in het boek Ester. Dit is een tijd waar de nadruk gelegd wordt op het onderricht aan de kinderen. Er zijn geestige toneelstukjes om het verhaal van Ester uitvoerig te vertellen, gekostumeerde feestjes en vreugdevolle samenkomsten. Na de nachtmerrie van de Sjoa spreekt het verhaal van Ester en de bevrijding van de bedreiging van Haman alle Joden sterk aan. Voor messiasbelijdende Joden is het de voorafschaduwing van de uiteindelijke verlossing door Jesjoea de Messias.
Messiaans-joodse overgangsriten
De joodse overgangsriten zijn, met inachtneming van veel van de traditionele gebruiken, bijna standaard onder de messiasbelijdende Joden. Dit is nogal veelzeggend. We hebben eerder aangegeven dat de besnijdenis met de traditionele zegeningen overal gebruikelijk is. Traditionele Moheels uit de joodse gemeenschap worden vaak gevraagd de ceremonie uit te voeren, maar waar dat niet mogelijk is, wordt een beroep gedaan op dokters om de operatieve ingreep uit te voeren, terwijl de vader en de messiasbelijdende-joodse pastor/rabbijn de zegeningen uitspreken. Bar Mitswa en Bat Mitswa-vieringen, waarbij jonge mensen hun gedeelten van de Thora en de Haftara in het Hebreeuws lezen of zingen, zijn een heel belangrijk middel om het messiaans-joodse erfgoed aan de volgende generatie door te geven.
De huwelijksdienst omvat de meeste basiselementen van de klassieke liturgie van de joodse huwelijksceremonie, inclusief de zegening over de verloving (eroesién), die bekrachtigt dat dit een door de Bijbel toegestaan huwelijk is, de geloften bij de ringen en de zeven zegeningen over de bruid en bruidegom.
Ook de gebruiken rondom het sterven zijn in het Jodendom heel anders dan in het christendom. Het lichaam wordt niet gebalsemd. Er is een eenvoudige doodskist. Het lichaam wordt in een wit doodskleed gewikkeld. Dit weerspiegelt het joodse standpunt dat allen gelijk zijn in de dood. Er wordt niet geprobeerd om het huidige fysieke lichaam te conserveren. Verloste mensen zijn bestemd voor de opstanding, die het huidige fysieke lichaam overstijgt. Gebeden die bij de rouwdienst worden uitgesproken, bevestigen de goedheid van God en het zeggen van het Kadiesj-gebed, als onderdeel van de begrafenis, wordt onontbeerlijk geacht. Dit gebed bevestigt ook Gods goedheid en verwoordt de hoop dat Zijn Koninkrijk op aarde gevestigd zal worden. De inhoud van het gebed komt in feite sterk overeen met het Onze Vader, dat door Jesjoea onderwezen is. Naar joods gebruik zorgen de vrienden voor eten en troost voor de rouwenden. De manier waarop men na de begrafenis met de dood omgaat is verschillend. Sommigen zeggen het Kadiesj-gebed dagelijks en anderen zeggen dit gebed alleen op de Sjabbat na de begrafenis. Enkelen handhaven de praktijk om een jaar lang het Kadiesj dagelijks te zeggen, maar dat betreft maar een kleine groep.
DE THUISGEMEENTE - HE KAT’ OIKON EKKLESIA h kat¢ oikon ekklhsia
Wij zijn inmiddels bijna aangekomen aan het voorlaatste deel van onze studie, “Messiaanse Jood worden moet ook kunnen,” waarin wij de taalkundige en inhoudelijke betekenis van zowel de nieuwtestamentische geloofsgemeenschap alsook de plaats van de samenkomst onderzoeken en bestuderen. En zo verdeeld deze geloofsgemeenschap is, zo verdeeld is men ook over de vraag naar de juiste benaming ervan. Christenen met een reformatorische, rooms-katholieke of orthodoxe achtergrond hebben het over de “kerk” terwijl het woord “gemeente” een ingeburgerd begrip is onder christenen uit vooral de evangelische hoek, maar ook in het Jodendom gebruikt wordt.
Wij zijn tot de conclusie gekomen dat de naam “kerk” onder de Messiaanse Joden totaal onaanvaardbaar is omdat deze een heidense oorsprong heeft en de kloof tussen het Christendom en het Jodendom daardoor alleen maar verbreedt.
De naam “gemeente” echter is wel bijbels en geniet derhalve onze voorkeur. Het is interessant om zowel in de Bijbelse grondteksten alsook in de verschillende vertalingen te kijken naar de etymologische oorsprong van deze naam. Het Nederlandse woord “gemeente” komt van het Germaanse “gimeinida”, het Oudsaksische “gimēntha” en het Gotische “gamainþs” en is afgeleid van “gemeen”. Een andere vorm van dit woord is “gemeenschap”, dat komt van het Germaanse “gimeini”, het Oudsaksische “gimēni” en het Gotische “gamainei” met de betekenis van “vergaderde menigte”. Het woord “gemeente” ofwel “gemeenschap” omvat een groep mensen die iets gemeenschappelijks hebben, dat kan dus bijvoorbeeld dezelfde woonplaats zijn. Daarom wordt het totale aantal inwoners van een dorp of stad of een groep dorpen of wijken bij elkaar een “gemeente” genoemd. Een gemeente of een gemeenschap kan ook bestaan uit een groep mensen met dezelfde doelstellingen, hobby’s of kenmerken, maar ook hetzelfde geloof. Voor een juiste definitie van het woord “gemeente” bestaat er dus in principe geen onderscheid in maatschappelijk of religieus gebruik.
lhq Qahal en hdi Eda
Het Hebreeuwse woord “lhq qahal”, waarvan het Jiddische woord “Kehille” is afgeleid, wordt in totaal 123 keer in de TeNaCH, de Hebreeuwse Bijbel, genoemd: 86 keer als gemeente, 17 keer als vergadering en 20 keer als menigte. “hdi eda” is een synoniem voor “lhq qahal”en komt in de TeNaCH in totaal 149 keer voor, namelijk 124 keer als gemeente, 9 keer als vergadering, 14 keer als menigte, 1 keer als volk en 1 keer als zwerm. Het woord “lhq qahal” komen wij voor het eerst in “ty>arb B’reshit”,Genesis 28:3 tegen, waar “Yitz’chaq” (Isaak) zijn zoon “Ya’aqov” (Jakob) zegent met de woorden:
“Moge “El Shadai” (de Almachtige God) je zegenen en je vruchtbaar maken en talrijk, zodat je uitgroeit tot een grote menigte volken.”
De Willibrordvertaling gebruikt hier evenals de NBG51-vertaling de Nederlandse woorden “menigte volken” voor het Hebreeuwse, “ymi lhq q’hal amim.”
De Joodse Dasberg-vertaling heeft het echter over een “gemeenschap van volkeren” en geeft daarmee aan dat hier sprake is van een aantal volken die iets gemeenschappelijks hebben.
Met het woord “gemeenschap” komt de vertaling van “lhq qahal” volgens ons beter tot zijn recht dan met het woord “menigte”, want “menigte” zegt wel iets over een groot aantal, maar niets over de onderlinge band van deze volken.
Het woord “hdi eda” treffen we voor het eerst aan in “tvm> Sh’mot”, Exodus 12:3 waar de Eeuwige aan “Moshe” (Moses) en “Aharon” (Aäron) de opdracht geeft:
“Spreekt tot de gehele vergadering van Israël als volgt…”
Voor deze passage gaat mijn voorkeur zowel naar de NBG51-vertaling alsook naar de Statenvertaling uit, die het Hebreeuwse “lar>y tdi9lk kol edat Yis’ra’el” in het Nederlands weergeven met “de gehele vergadering van Israël” ofwel “de ganse vergadering van Israël”.
De Nieuwe Bijbelvertaling en de Willibrordvertaling kiezen beiden voor “gemeenschap” en de Dasberg-vertaling gebruikt hier het woord “gemeente”. In dit geval vind ik echter “vergadering” meer op zijn plaats, want “Moshe” moest de Israëlieten immers in vergadering bijeen roepen om aan hen de richtlijnen voor het vieren van “Pesach” mee te delen.
In deze tekst kan echter nooit het hele volk bedoeld zijn, want het zou echt onmogelijk geweest zijn om honderdduizenden Israëlieten bij elkaar te roepen op een tijdstip waarop zij nog steeds slaven waren en dus niet over de vrijheid beschikten om aan deze oproep gehoor te kunnen geven. Het lijkt mij daarom wat realistischer om ervan uit te gaan dat “Moshe” alle volksvertegenwoordigers bij elkaar geroepen heeft en daarom vind ik “de gehele vergadering van Israël” hier een betere vertaling dan “de hele gemeenschap van Israël”. Een vergadering is immers een term voor het bijeen roepen van mensen om afspraken met elkaar te maken, zaken te regelen of zoals in dit geval om religieuze zaken met elkaar te bespreken. Drie verzen verderop in hetzelfde hoofdstuk, namelijk in “tvm> Sh’mot”, Exodus 12:6, worden “lhq qahal” en “hdi eda” naast elkaar gebruikt in verband met het “pesachlam” en het is interessant om te zien hoe de inwisselbaarheid van beide termen in de diverse vertalingen duidelijk naar voren komt. In de Statenvertaling lezen wij:
“En gij zult het in bewaring hebben tot de veertiende dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israël zal het slachten tussen twee avonden.”
In de NBG51-vertaling staat het precies andersom:
“En gij zult het bewaren tot de veertiende dag van deze maand; dan zal de gehele vergadering der gemeente van Israël het slachten in de avondschemering. (Exodus 12:6)” (NBG51)
De ene vertaling zegt: “de gemeente der vergadering” en de andere zegt: “de vergadering der gemeente”, maar in feite is het helemaal niet belangrijk in welke volgorde deze woorden geplaatst worden, want waar het om gaat is dat die dag de voltallige gemeenschap van Israël de dieren in de avondschemer moet slachten en dat is de exacte formulering die de recente Nieuwe Bijbelvertaling voor dit vers heeft gekozen. Maar let op! Niet in alle teksten waar “lhq qahal” en “hdi eda” voorkomen gaat het om een godsdienstige bijeenkomst, want afhankelijk van de context kunnen deze woorden ook een maatschappelijke betekenis hebben.
hvhy lhq Q’hal haShem
In een aantal passages wordt de term “gemeente” ook collectief toegepast op Gods volk Israël, in christelijke vertalingen “de gemeente des HEREN” genoemd. In de Hebreeuwse grondtekst staat “hvhy lhq q’hal haShem” en daarin is het woord “gemeente” verbonden aan de naam van God. Voor het eerst komen wij deze constructie tegen in het vierde boek van de “Thora, rbdmb B’mid’bar”, boek Numeri, en wel in de “p’suqim” 16:3 en 20:4. In totaal wordt er over de “gemeente des HEREN” in de hele TeNaCH 12 keer gesproken in 10 teksten. Helaas wordt deze benaming ten onrechte maar al te vaak op de kerk uit de heidenen, het christendom, toegepast. Gods Woord echter laat er geen twijfel over bestaan dat deze term op de eerste plaats op Gods eigen volk Israël toegepast mag worden en daarnaast slechts op de gelovigen uit de heidenen die zich bij Zijn volk aansluiten. In “,yrbd D’varim”, Deuteronomium 23:3 zegt de Eeuwige weliswaar:
“Een Ammoniet of Moabiet zal niet in de gemeente des HEREN komen; zelfs hun tiende geslacht zal nimmer in de gemeente des HEREN komen. (Deuteronomium 23:3)”
De Here God kijkt naar het hart van ieder mens, want Hij is rechtvaardig. Als dat niet zo was, dan zouden de grootste koningen van Israël, “David en Sh’lomo” (Salomo) en zelfs “Yeshua haMashiach” nooit geboren zijn, want zij allen kwamen voort uit een Moabitische die met een oprecht hart gezegd heeft:
“Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God!”
Deze Moabitische vrouw was Ruth. Ook zij behoorde tot de “hvhy lhq q’hal haShem” omdat zij begrepen heeft dat de God van Israël onlosmakelijk met Zijn volk verbonden is en haar houding mag velen als voorbeeld dienen. Wat mij overigens hierbij opviel is dat het woord “hdi eda” weliswaar 124 keer in de TeNaCH met “gemeente” vertaald wordt, maar dat in verband met de “gemeente des HEREN” uitsluitend het woord “lhq qahal” toegepast wordt, waardoor ik de indruk krijg, dat “lhq qahal” misschien een diepere betekenis heeft dan “hdi eda”. Maar ik kan het natuurlijk ook wel mis hebben. In elk geval is het een feit, dat de Griekse vertaling van de TeNaCH, de Septuaginta, het woord “lhq qahal” zowel met “ekklesia ekklēsia” alsook met “sunagwgh synagoge” vertaalt, maar het woord “hdi eda” alleen met “sunagwgh synagoge”. De “synagoge” hebben we reeds in de vorige bijbelstudie heel uitvoerig behandeld en daarom zullen we onze aandacht in de rest van deze studie geheel op de “ekklēsia” richten.
We gaan nu het woord “ekklesia ekklēsia” in “B’rit haChadasha” (het Nieuwe Testament) nader bekijken. Daarin komt dit woord 115 keer voor als gemeente en 3 keer als vergadering. Eigenlijk hebben beide woorden die doorgaans met “gemeente” vertaald worden, zowel het Hebreeuwse “lhq qahal” alsook het Griekse “ekklesia ekklēsia” de betekenis van: “bijeen roepen” ofwel “mensen ergens uit vandaan roepen”. In politieke of maatschappelijke zin kon dit in het oude Griekenland een vergadering van burgers zijn, die door een heraut uit hun huizen werden geroepen naar een volksvergadering op een openbare plaats of in godsdienstige zin een vergadering van gelovigen voor een eredienst in een huis of in de vrije natuur. In elk geval heeft het woord “ekklesia ekklēsia” zowel in de betekenis van “gemeente” alsook in de betekenis van ‘samenkomst” altijd betrekking op mensen en nooit op een bepaald gebouw en daarom is het zowel taalkundig alsook inhoudelijk onjuist om “ekklēsia” met “kerk” te vertalen. Zoals gezegd kan het woord “ekklesia ekklēsia” dus een religieuze of maatschappelijke betekenis hebben, maar dat kunnen wij slechts uit het tekstverband opmaken. Enkele voorbeelden hiervan vinden wij in “tvlipm Mif’alot” Handelingen 19 in het verslag over de volksoproer in Efeze. Laten we dus beginnen bij vers 32, want daar staat in de vertaling van de Groot Nieuws Bijbel het volgende:
“In de volksvergadering heerste grote wanorde. Iedereen schreeuwde door elkaar en de meesten wisten niet eens waarvoor ze waren samengekomen.”
Ook in de NBG51-vertaling heeft men gekozen voor dit woord:
“Nu riep de een dit, de ander dat, want de volksvergadering was verward en de meesten wisten niet eens, waartoe zij samengekomen waren. (Handelingen 19:32)” (NBG51)
In deze tekst heeft “ekklesia ekklēsia”, dat hier vertaald is met “volksvergadering” heel duidelijk een maatschappelijke en zelfs politieke betekenis, want het was beslist geen religieuze eredienst. Sterker nog: er is hier zelfs geen sprake van een georganiseerde vergadering, want het was een oproer, een opschudding ofwel een rel en daarom is de term “volksvergadering” hier helemaal fout. De recente Nieuwe Bijbelvertaling heeft het derhalve over een “menigte”, en dat vind ik dus een veel betere vertaling.
In vers 39 is er echter volgens dezelfde recente Nieuwe Bijbelvertaling wel degelijk sprake van een echte volksvergadering, want daar wordt namelijk orde op zaken gesteld met de woorden:
“Als er daarbuiten nog iets anders is dat u wenst, zal dat op een officiële volksvergadering behandeld worden.”
Zowel de NBG51-vertaling alsook de Groot Nieuws Bijbel gebruiken hiervoor de term “wettige volksvergadering”.
De laatste keer dat wij het woord ekklesia ekklēsia in hoofdstuk 19 tegenkomen is in vers 41, waar wij in de recente ‘Nieuwe’ vertaling lezen:
“Na deze woorden maakte hij een einde aan de bijeenkomst.”
Of, zoals in de NBG51 vertaling:
“En met deze woorden ontbond hij de” volksvergadering. (Handelingen 19: 41)” (NBG51)
De eerste keer dat het woord “ekklesia ekklēsia” op de gemeente van “Yeshua” wordt toegepast, is de bekende uitspraak in “vhyttm Matit’yahu” [Matteüs] 16:18, waarmee “Yeshua” zelf “Shim’on Keifa” aanstelt als leider van de Kehille:
“En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen.”
In het Grieks is er een woordspel tussen het woord “petra”, dat ‘steen’ of ‘rots’ betekent, en de naam “Petrus” met dezelfde betekenis. Dat komt in de Groot Bijbel duidelijk naar voren:
“En ik zeg je dit: jij bent Petrus de rots en op die rots zal Ik Mijn gemeente bouwen.”
Deze gemeente, waar “Yeshua” het over had, was geen kerkgenootschap dat de eredienst op zondag in een kathedraal hield, maar een Messiasbelijdende Joodse gemeente, die dagelijks in de tempel kwam, op “Shabbat” de “synagoge” bezocht en daarnaast eigen huissamenkomsten had. Dat blijkt uit de volgende tekst:
“En voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Eeuwige voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden. (“tvlipm Mif’alot” (Handelingen 2:45-47)” (NBV)
Men leest er zo gauw overheen, maar de “kring”, waar de NBG51-vertaling het over heeft, is de gemeente. In de Griekse grondtekst staat daar namelijk het woord “ekklesia ekklēsia”. De Groot Nieuws Bijbel vertaalt het met groep, maar ook dat geeft niet de volle omvang aan:
“Trouw waren ze ook iedere dag in de tempel, eensgezind; ze braken het brood bij elkaar aan huis en gebruikten de maaltijden met vreugde en in eenvoud van hart. Ze prezen God en stonden in de gunst bij het hele volk. En iedere dag vergrootte de Eeuwige de groep van hen die gered worden.”
Met beide vertalingen ben ik eigenlijk niet zo gelukkig, want een kring of een groep lijkt zo klein, maar volgens vers 41 hebben we het hier wel over meer dan drieduizend mensen en dat zou ik niet bepaald een kring of een groep willen noemen. Daarom geef ik in dit geval toch liever de voorkeur aan de Statenvertaling, want die gebruikt hier namelijk als enige wel het woord “gemeente”. En dat de Eeuwige dagelijks aan deze gemeente toevoegde was ook niet bepaald bij mondjesmaat, want twee hoofdstukken verder, in “tvlipm Mif’alot.” In Handelingen 4:4 lezen we namelijk het volgende:
“Maar velen van hen, die het woord gehoord hadden, werden gelovig, en het getal der mannen werd ongeveer vijfduizend.”
Volgens de NBG51-vertaling alsook de Statenvertaling was de gemeente dus in vrij korte tijd gegroeid tot 5000 mannen, de vrouwen niet eens meegerekend.
De recente Nieuwe Bijbelvertaling daarentegen heeft het over 5000 personen bij elkaar, dus mannen en vrouwen samen:
“Maar van degenen die naar de toespraak hadden geluisterd, bekeerden velen zich, zodat het aantal gelovigen aangroeide tot ongeveer vijfduizend.”
Met het Griekse woord “anhr anēr” kan men inderdaad twee kanten op, want het betekent op de eerste plaats wel “man”, maar het kan ook de betekenis hebben van een aantal mannen en vrouwen en daarom gebruikt zowel de Willibrord-vertaling alsook de Groot Nieuws Bijbel de algemene term “5000 man”. Maar dat doet er niet toe. Het is evengoed een behoorlijk grote gemeente, vooral in die tijd, en dat waren allemaal Thoragetrouwe Joden, want in Handelingen, hoofdstuk 21:20 lezen wij in de Willibrord-vertaling:
“Toen ze dat hoorden, verheerlijkten ze God en zeiden tegen “Sha’u”l (Paulus): ‘Je ziet, broeder, hoeveel duizenden er onder de Joden tot geloof gekomen zijn, en allen houden ze zich strikt aan de Thora.”
Ook in de recente Nieuwe Bijbelvertaling:
“Toen ze dat hoorden, prezen en eerden ze God en zeiden: ‘Je hebt kunnen zien, broeder, dat ook vele duizenden Joden het geloof hebben aanvaard, en allen leven vol overtuiging volgens de Thora”.
Daarom stonden zij toen nog in de gunst van het hele volk. We hebben het hier dus over een Messiasbelijdende Joodse gemeente van minstens 5000 gelovigen!!! Prachtig! En van deze gemeente wordt in hoofdstuk 2 vers 42 tot en met 46 gezegd, dat zij vast hielden aan de leer van de “Sh’lichim” (apostelen) en dus geen vreemde leerstellingen volgden, dat ze met elkaar een gemeenschap vormden, samen het brood braken, waarmee zowel de “S’udat haAdon” (het Heilig Avondmaal) alsook de “Motzi Lechem” op “Erev Shabbat” bedoeld kan zijn, en het gezamenlijk dawenen (zeggen van de gebeden), zij deelden alles met elkaar, waren eensgezind, gingen dagelijks naar de tempel en gebruikten samen hun maaltijden in blijdschap en eenvoud van hart.
En dan wordt in vers 46 nog een keer herhaald dat ze samen het brood braken, maar dan wel met een toevoeging: bij elkaar thuis, zoals het in de recente Nieuwe Bijbelvertaling staat. De Groot Nieuws Bijbel schrijft:
“Ze braken het brood bij elkaar aan huis.”
De Willibrord-vertaling zegt:
“Ze braken bij iemand aan huis het brood.”
En, uiteindelijk in onze NBG51-vertaling staat:
“Ze braken het brood aan huis.”
Dat gebeurde dus niet in een megagrote zaal, niet in een kathedraal en ook niet in een stadion, maar gewoon bij elkaar thuis. Als we de Schriften nauwkeurig bestuderen kunnen wij zonder enige twijfel stellen dat de particuliere huizen toen de plaatsen waren waar de gemeente bij elkaar kwam. Op grond van archeologisch onderzoek gaat men er tegenwoordig van uit, dat er gemiddeld tussen twintig en dertig mensen konden deelnemen aan dergelijke huissamenkomsten, want volgens diverse teksten waren het voornamelijk de welgestelde broeders en zusters die hun doorgaans grote huizen daarvoor beschikbaar stelden. In hun huizen kwamen echter niet alleen gelovigen uit de bovenlaag samen, maar uit alle sociale lagen, want het is bekend dat men in deze huisgemeenten rijken en armen, slaven en vrijen kon aantreffen. Dat was een van de meest opvallende kenmerken van de eerste gemeente en het was een geweldig getuigenis naar buiten toe dat de rijken alles deelden met de armen, samen hun maaltijden gebruikten en voor elkaar zorg droegen. Eigenlijk was er sprake van een sociaal netwerk dat wij nu doorgaans helaas missen. Uitgaande van minimaal vijfduizend gelovigen en gemiddeld twintig tot dertig personen per huisgemeente moeten het wel ongeveer 165 huizen geweest zijn en met elkaar vormden zij de gemeente van Jeruzalem.
Maar natuurlijk bleef het niet bij die ene plaatselijke gemeente. Als we uitgaan van het feit dat er drieduizend mensen op één dag tot geloof kwamen en zich lieten onderdompelen (doopsel), namelijk tijdens “Shavuot” (het Wekenfeest) waarvoor er honderdduizenden als pelgrims uit vele landen naar Jeruzalem zijn gekomen, dan mogen we er redelijkerwijs van uitgaan, dat de drieduizend bekeerlingen niet allemaal inwoners van de hoofdstad geweest waren, maar dat er zeer waarschijnlijk ook velen van buiten Jeruzalem waren, die na de feestdagen weer terugkeerden naar hun eigen woonplaatsen en hun nieuwe geloofsopvattingen meegenomen hadden. Uiteraard hebben ook de “Sh’lichim” (apostelen) aan de opdracht van “Yeshua” gehoor gegeven en Zijn leer overal verkondigd en zo ontstonden er op een gegeven moment Messiasbelijdende gemeenten in het hele land, allemaal plaatselijke gemeenten, bestaande uit huisgemeenten, die met elkaar samen de landelijke gemeente vormden, en door de prediking van de apostel Paulus tijdens zijn zendingsreizen werden ook buiten Israël gemeenten gesticht waarbij zich nu ook gelovigen uit de heidenen mochten aansluiten en samen vormden zij allemaal de universele gemeente, het lichaam van “Yeshua.”
Organisme of organisatie?
Een lichaam bestaat uit cellen en ook bij het lichaam van “Yeshua” is dat niet anders, want ook de gemeente is opgebouwd uit cellen ofwel celgemeenten en zoals een natuurlijk lichaam in leven blijft door celdeling, zo vindt ook bij dit geestelijk lichaam celdeling plaats. De omvang van een huisgemeente wordt immers bepaald door de grootte van het huis. Een huisgemeente kan dus uit minimaal drie en maximaal dertig personen bestaan. Meer mensen passen doorgaans niet meer in de zitkamer van een woonhuis. Een enkele keer kon het voorkomen dat een huisgemeente maximaal veertig personen kon herbergen, maar dan praten we over een Romeinse villa waarin de samenkomsten in het Binnenhof plaats vonden, want dat kon natuurlijk wel in de warme mediterraanse streken, maar over het algemeen telde een gemiddelde huisgemeente in de tijd van “Sha’ul” (Paulus) vijftien tot twintig personen. Als er door hun getuigenis en prediking steeds meer stadsgenoten tot geloof kwamen, dan vond de groei niet plaats door de gemeente te laten opzwellen tot een grote groep van honderden of zelfs duizenden mensen waarmee men een kathedraal of stadion kan vullen, maar dan vond de groei plaats door vermenigvuldiging van de huisgemeenten, vergelijkbaar met de celdeling in het menselijke lichaam.
Zodra de natuurlijke grens van vijftien tot twintig personen, of afhankelijk van de beschikbare ruimte in het huis hooguit dertig personen in zicht kwam splitste de celgemeente zich op en werd er in het huis van iemand anders een nieuwe huisgemeente opgestart die zelfstandig verderging.
Zo werd er op een natuurlijke wijze voorkomen dat het gemeenteleven in gedrang zou komen door het overschrijden van de ruimtelijke capaciteit, want we moeten ons daarbij steeds voor ogen houden dat de gelovigen niet dicht opeengepakt naast elkaar op lange kerkbanken zaten om eventjes te gaan zingen, bidden, naar de preek te luisteren en vervolgens weer naar huis te gaan, maar dat de samenkomst een sociaal gebeuren was met een uitgebreide gezamenlijke warme maaltijd. Zij gingen met elkaar aanliggen. Daarvoor heb je uiteraard ruimte nodig en om deze reden was de omvang van de huisgemeente afhankelijk van de beschikbare ruimte. Dreigde de grens van het maximaal toelaatbare aantal mensen overschreden te worden, dan vond er dus een celdeling plaats. Zo functioneerden de celgemeenten als een organisme en niet als een strakke organisatie zoals de meeste huidige kerkgenootschappen, en laten we eerlijk zijn: wat is het lichaam van “Yeshua” in wezen? Een organisatie of een organisme? Volgens mij heeft “Yeshua” nooit van de gelovigen verlangd dat zij zich zouden organiseren in kerkgenootschappen, maar dat zij met elkaar zouden omgaan als een “Mishpacha”, een huisgezin met broertjes en zusjes, allemaal kinderen van één Vader. Maar helaas zijn de grote kerken tegenwoordig vaak gemeenten zonder gemeenschap, om het maar zo te zeggen. Dat was nooit Gods bedoeling. We kunnen God niet blij maken met bidden en zingen alleen, ook niet met handjesgeklap, maar we kunnen Hem wel blij maken met een onderlinge liefdesband, als wij God liefhebben en onze naaste als onszelf. Dat laatste kunnen we in praktijk brengen door voor elkaar klaar te staan en gemeenschap met elkaar te hebben in goede en slechte tijden.
Gods Woord leert ons dat geloof zonder werken een dood geloof is, want:
“Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood. (“bqiy Ya’aqov”- Jacobus 2:26). (NBG51)
Congregationele gemeenten, dus officiële kerkgenootschappen zoals wij die nu kennen, werden in de vierde eeuw door keizer Constantijn geïntroduceerd en door de splitsing van het Romeinse rijk in een oostelijk en een westelijk rijk vond ook de eerste kerksplitsing plaats. Zo ontstond de Griekse kerk in Constantinopel naast de Latijnse kerk in Rome. De oosters-orthodoxe kerk en de rooms-katholieke kerk hebben na de tijd van Constantijn de Grote een religieus systeem ontwikkeld waarin een soort christelijke tempel centraal stond. Dat kon een kapelletje, een klein kerkje, maar ook een basilica, een dom of zelfs een kathedraal zijn, maar voor de ware gelovigen bestaat er sinds de verwoesting van de tempel in Jeruzalem niet meer zoiets als een “Godshuis” dat door mensenhanden is gemaakt.
Een kerkgebouw heeft geen enkel bestaansrecht naast de tempel en de synagoge, want: “de tempel was geen voorloper van de ecclesia en de ecclesia is geen variant van de synagoge”, schreef de bekende theoloog J.C. Hoekendijk. En toch zijn er tegenwoordig hele grote megakerken met samenkomsten in voetbalstadions of zelfs in een reusachtige miljoenenverslindende kristallen kathedraal. Allemaal pracht en praal, maar hoe groter de gemeente, hoe meer haar leden in de anonimiteit terechtkomen met alle gevolgen van dien. Congregationele kerken ontlenen in tegenstelling tot de Bijbelse huisgemeenten hun identiteit aan een denominatie, d.w.z. een theologische opvatting. Hoe meer opvattingen des te meer denominaties, zo simpel is dat. En dan praten we dus niet meer alleen over de traditionele kerken, maar ook over de evangelische gemeenten.
In de Bijbel komen we echter geen verschillende denominaties tegen, want het uiteindelijke doel is immers niet het winnen van leden voor de eigen club, maar het winnen van zielen voor Gods Koninkrijk! Een huiskamer waar de gelovigen als een “Mishpacha” (huisgezin) met elkaar omgaan en zowel hun materiele alsook hun geestelijke zegeningen met elkaar delen is derhalve veel laagdrempeliger dan een kerkgebouw met allerlei regels en tradities, want het is niet de bedoeling om de mensen in de gemeente te halen, maar om de gemeente bij de mensen te brengen.
Daarom ontlenen de huisgemeenten hun identiteit niet aan een denominatie, maar aan hun stad of dorp, zoals “de gemeente van Efeze” of “de gemeente van Thessalonica”. Congregationele kerken kenmerken zich niet alleen door hun tradities, statuten en eigen kerkgebouwen, maar ook door een administratief lidmaatschap en een professioneel leiderschap, bestaande uit pastors en dominees met een vaste salaris. De sterke professionalisering sinds de dagen van keizer Constantijn heeft de gemeente eeuwenlang beheerst en de gelovigen kunstmatig verdeeld in leken en geestelijken, want het vroege christendom heeft namelijk betaalde priesters als middelaars tussen God en mens overgenomen van de heidense religies, terwijl er volgens “B’rit haChadasha” (het Nieuwe Testament) slechts één Middelaar is tussen God en mensen, en dat is niemand anders dan “Yeshua” zelf!
“Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd. (1 Timoteüs 2: 5-6)” (NBG51)
Geen priester, geen dominee, geen voorganger, geen paus en ook geen Maria! Kortom: vrije huisgemeenten zonder een professioneel, beroepsmatig leiderschap en zonder administratief lidmaatschap zijn gewoon meer volgens de heilige Schriften, Bijbels dus, dan Congregationele gemeenten van welke denominatie dan ook.
Het priesterschap van alle gelovigen komt duidelijk naar voren in 1 Petrus 2:5:
“En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus. (1 Petrus 2:5)” (NBG51)
h kat¢ oikon ekklhsia hē kat’ oĩkon ekklēsía
Tegenwoordig zoeken velen naar een gemeente waar ze zich thuis voelen, maar bijbels gezien is het net andersom: de gemeente behoort juist daar te zijn waar de mensen zich thuis voelen, namelijk thuis, in hun eigen huis. Het plaatselijk lichaam van “Yeshua” kwam vanaf het begin altijd in een of meerdere woonhuizen bij elkaar, maar dat hing er natuurlijk van af hoe groot de groep was. Tot zo een huisgemeente behoorde doorgaans niet alleen de huiseigenaar met zijn gezin, maar vaak ook degenen van het personeel die tot het geloof zijn gekomen alsook andere medegelovigen die weliswaar ergens anders woonden, maar die toch trouw in dat huis de samenkomsten bezochten omdat ze dat om welke reden ook in hun eigen hun niet konden doen. In elk geval vond de samenkomst niet in een speciaal gebouw plaats, maar in in een gewone huiskamer. Dat was zo in de tijd van “Sha’ul” (Paulus) en bleef ook zo tot pakweg de eerste twee eeuwen van de gewone jaartelling. Uit zijn brieven blijkt, dat er verspreid over het hele toenmalige Romeinse rijk gemeenten waren die in gewone huizen bij elkaar kwamen. Ik kom daar straks op terug. “Sha’ul” gebruikte daarvoor een vaste uitdrukking: “de gemeente aan huis”. In het Grieks is dat: h kat¢ oikon ekklhsia hē kat’ oĩkon ekklēsía. In het laatste hoofdstuk van zijn brief aan de Romeinen, hoofdstuk 16, schreef hij in vers 3:
“Doe de groeten aan Prisca en Aquila, mijn medewerkers in dienst van de “Mashiach Yeshua. (Romeinen 16: 3)” (NBG51)
En dan in vers 5:
“Groet ook de gemeente die bij hen in huis samenkomt. (Romeinen 16: 5)” (NBG51)
Zo staat het in de laatste Nieuwe Bijbelvertaling. De oude Statenvertaling formuleert het zo:
“Groet ook de Gemeente in hun huis”
en de NBG51-vertaling zegt:
“Groet insgelijks de gemeente bij hen aan huis.”
In de Groot Nieuws Bijbel tenslotte lezen we:
“En doe ook de groeten aan de gemeente die in hun huis bijeenkomt.”
Hier gaat het dus om de huisgemeente van Prisca en Aquila. “Sha’ul” (Paulus) laat hen allen hartelijk groeten en in hetzelfde hoofdstuk groet hij iets verderop nog veel meer mensen zoals dit echtpaar en steeds in combinatie met hun huisgemeenten zoals bijvoorbeeld in vers 10:
“Groet hen die behoren tot de kring van Aristobulus. Romeinen 16: 10)” (NBG51)
In vers 11:
“Groet mijn stamgenoot Herodion. Groet hen, die behoren tot de kring van Narcissus, die in de Here zijn” (Romeinen 16: 11)” (NBG51)
Verzen 14 en 15:
“Groet Asynkritus, Flegon, Hermes,Patrobas, Hermas, en de broeders bij hen. Groet Filologus, en Julia, Nereus met zijn zuster, en Olympas, benevens al de heiligen, die bij hen zijn. (Romeinen 16: 14-15)” (NBG51)
En, tenslotte in vers 23:
Gajus, wiens gastvrijheid ik en de gehele gemeente genieten, laat u groeten. (Romeinen 16: 23)” (NBG51)
Al deze citaten komen uit de Nieuwe Bijbelvertaling 51, maar vers 23 wil ik toch ook nog even uit de Groot Nieuws Bijbel citeren:
“De groeten van Gajus bij wie ik te gast ben en die zijn huis openstelt voor de hele gemeente.”
Hier wordt dus een aantal huisgemeenten genoemd samen met de namen van welgestelde broeders en zusters die hun huizen voor de samenkomsten beschikbaar stelden, waarvan Aquila en Prisca de bekendste zijn. In zijn eerste brief aan de Korinthiërs moet “Sha’ul” (Paulus) in 1 Korintiërs hoofdstuk 16 vers 19 de groeten van hen overbrengen. Ik citeer opnieuw uit de Groot Nieuws Bijbel:
“U moet de groeten hebben van de gemeenten in Asia; ook van Aquila en Prisca en van de gemeente die bij hen thuis samenkomt, de hartelijke groeten in de Heer.”
In de recente Nieuwe Bijbelvertaling lezen wij:
“Ook Aquila en Prisca en de gemeente die bij hen in huis samenkomt laten u, met wie zij één zijn in de Heer, hartelijk groeten.”
De Statenvertaling zegt het wat plechtiger:
“U groeten zeer in den Heere Aquila en Priscilla, met de Gemeente, die te hunnen huize is.”
En, in de NBG51-vertaling staat:
“U groeten de gemeenten van Asia. Vele groeten in de Here van Aquila en Prisca en van de gemeente bij hen aan huis.(2 Korintiërs 16:19)” (NBG51)
Maar er zijn nog meer teksten waaruit blijkt dat de plaatselijke gemeenten huisgemeenten waren, zoals in Kolossenzen 4:15, waarin “Sha’ul” (Paulus) volgens de Nieuwe Bijbelvertaling schrijft:
“Wilt u de broeders en zusters in Laodicea groeten, en ook Nymfa en de gemeente die bij haar thuis samenkomt?”
Of, in de NBG51-vertaling:
“Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeente bij haar aan huis. (Kolossenzen 4:15)” (NBG51)
Willibrord-vertaling:
“Groet de broeders te Laodicea, en Nymfa en de gemeente die in haar huis samenkomt.”
En, tenslotte in de Groot Nieuws Bijbel:
“Breng onze groeten over aan de broeders en zusters in Laodicea, en aan Nymfa en de gemeente die bij haar aan huis samenkomt.”
Een laatste tekst die ik in het kader van deze korte studie aan u wil doorgeven is Filemon 1:2, om te beginnen in de recente Nieuwe Bijbelvertaling:
“Aan onze geliefde medewerker Filemon, aan onze zuster Apfia en onze medestrijder Archippus, en aan de gemeente die bij u thuis samenkomt.”
De NBG51-vertaling zegt het een beetje anders, maar komt op hetzelfde neer:
“Aan de geliefde Filemon, onze medearbeider, aan Apfia, de zuster, aan Archippus, onze medestrijder, en aan de gemeente te uwen huize. (Filemon 1:2)” (NBG51)
In de Willibrord-vertaling lezen wij:
“Aan onze geliefde medewerker Filemon, Apfia onze zuster, Archippus onze strijdmakker, en de gemeente bij u aan huis.”
De Groot Nieuws Bijbel vertaalt het zo:
“Aan onze vriend en medewerker Filemon, onze zuster Apfia, onze strijdmakker Archippus en ook aan de gemeente die bij u thuis samenkomt.”
Maar of men het nu heeft over de gemeente die bij u thuis samenkomt, over de gemeente bij u aan huis of over de gemeente te uwen huize, maakt allemaal niets uit. Feit is in elk geval dat de gemeenten die in de brieven van Sha’ul (Paulus) en ook in het boek Handelingen genoemd worden, geen kerkgenootschappen waren, dus geen Congregationele gemeenten met eigen kerkgebouwen, maar vrije huisgemeenten die niet tot de ene of andere denominatie behoorden en geen lidmaatschap kenden, maar samen met de andere huisgemeenten de plaatselijke gemeente vormden.
De gelovigen waren geen lid van een bepaalde gemeente, maar van het lichaam van “Yeshua”. Natuurlijk probeerde de tegenstander ook toen al om verdeeldheid te zaaien en de diverse huisgemeenten tegen elkaar uit te spelen, maar hun onderlinge liefdesband en hun gehoorzaamheid aan de Thora waren sterker dan de vijand. Laten wij ook daarin het voorbeeld van deze eerste gemeenten volgen en als men u vraagt van welke gemeente u bent, denk dan aan de woorden van Sha’ul (de apostel Paulus), uit de recente Nieuwe Bijbelvertaling:
“Broeders en zusters, in de naam van onze Heer “Yeshua haMashiach” roep ik u op om allen eensgezind te zijn, om scheuringen te vermijden, om in uw denken en uw overtuiging volkomen één te zijn. Door Chloë’s huisgenoten is mij namelijk verteld, broeders en zusters, dat er verdeeldheid onder u heerst. Ik bedoel dat de een zegt: ‘Ik ben van Paulus,’ een ander: ‘Ik van Apollos,’ een derde: ‘Ik van “Keifa”,’ en een vierde: ‘Ik van Christus.’ Is de “Mashiach” dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent ondergedompeld? (1 Korinthiërs 1:10-13)”
Ik wil deze Bijbelstudie daarom beëindigen met de laatste woorden van “Sha’ul” (Paulus) in zijn tweede brief aan de Korintiërs, hoofdstuk 13, de verzen 11 tot 13, eerst vanuit de Groot Nieuws Bijbel en als afsluiting uit de Willibrord-vertaling:
“Tot slot, broeders en zusters, groet ik u; zorg dat alles in orde komt, luister naar goede raad, wees eensgezind en leef in vrede, en God, de bron van de liefde en de vrede, zal met u zijn. Groet elkaar met de heilige kus. Alle heiligen groeten u. De genadige goedheid van de Heer “Yeshua haMashiach”, de liefde van God en de gemeenschap van “Ruach haQodesh” (de heilige Geest) mogen u allen ten deel vallen. (Groot Nieuws Bijbel)”
“En nu, broeders en zusters, vaarwel! Laat alles weer goed komen, neem mijn vermaning ter harte, wees eensgezind, bewaar de vrede, en de God van liefde en vrede zal met u zijn. Groet elkaar met de heilige kus. U groeten alle heiligen. De genade van de Heer “Yeshua haMashiach”, de liefde van God en de gemeenschap van “Ruach haQodesh” (de heilige Geest) zij met u allen.” – Amen! (Willibrord-vertaling)”
ONS ONEENS ZIJN MET DE TRADITIONELE CHRISTELIJKE LEER
De Messiaanse Joden geloven niet in de traditionele drie-eenheid op de manier zoals die door de meeste christelijke kerken wordt verkondigd, want als God uit drie afzonderlijke personen zou bestaan, dan zou er in feite sprake zijn van drie goden, en dat is voor ons onaanvaardbaar.
Zij, samen met alle Joden door de eeuwen heen: “God is één”. Toch, op grond van de geschriften geloven wij niet in een absolute, maar in een samengestelde éénheid van Vader, Zoon en Heilige Geest.
Zij spreken dus over het Goddelijk Wezen bestaande uit drie delen in plaats van drie personen. Elk deel heeft wel zijn eigen functie, maar is niet compleet zonder de andere twee delen, wants slechts alle drie delen bij elkaar vormen pas de éénheid die wij in het Sh’ma Yisrael belijden. God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld, naar Zijn gelijkenis, bestaande uit dezelfde drie delen als Hijzelf, namelijk: Ziel, Geest en Lichaam! Niemand van ons zou beweren dat de Eeuwige ons mensen geschapen heeft als wezens die uit drie verschillende personen zijn samengesteld, maar een ieder van ons, u en ik, heeft een ziel, een geest en een lichaam. God, als samengestelde éénheid van Ziel (het goddelijke Brein, de Vader), Lichaam (het vleesgeworden Woord, de Zoon, Yeshua) en Geest (de Heilige Geest) heeft alles geschapen. God heeft niet alleen een Geest, Hij is ook zelf Geest, gelijk geschreven staat:
"God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in Geest en in Waarheid. (Johannes 4:24) “ (NBG51)
“En de Geest is het, die getuigt, omdat de Geest de Waarheid is. (1 Johannes 5:6)” (NBG51)
Yeshua zegt:
“Ik ben de Weg en de Waarheid en het Leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. (Johannes 14:6)” (NBG51)
“Ik en de Vader zijn één! (Johannes 10:30)” (NBG51)
“Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien! (Johannes 14:9)” (NBG51)
Wij zijn in alle oprechtheid van mening dat hierin prachtig het verschil zichtbaar wordt tussen de Goddelijke samengestelde éénheid en de menselijke: de mens heeft een lichaam, hij heeft een ziel en hij heeft een geest, maar God is de Geest, Hij is de Ziel en Hij is het Lichaam!
Het christendom is een eigen leven gaan leiden, dat gebaseerd is op het Griekse denken met alle gevolgen van dien. Het is echter nooit de bedoeling van Yeshua en Zijn apostelen geweest om een nieuwe religie te stichten, los van het Jodendom! God is immers onveranderlijk, en onze God is de God van Israël! Dat moeten wij ons altijd voor ogen houden! De Bijbel is een Joods boek van kaft tot kaft, want ook het Nieuwe Testament is geschreven door Joden! De eerste gemeente was Joods, de Messias is Joods en zowel de twaalf apostelen alsook de 72 eerste discipelen waren Joods.
Zowel het Oude Verbond alsook het Nieuwe Verbond zijn beiden gesloten met het huis van Israël en het huis van Juda (Jeremia 31:31-34). Heidenen die in God geloven en de Messias hebben aangenomen als Heer en Verlosser, worden als wilde loten geënt op de edele olijfboom Israël (Romeinen 11:11-24), maar zij moeten eerst losgehaakt worden van hun eigen heidense kerstboom (Jeremia 10:2-4).
Heidenen verkrijgen door het geloof het burgerrecht van Israël en zij mogen mede-erfgenamen worden. (Efeziërs 2:11-22). Maar let wel: zij worden bijgevoegde mede-erfgenamen, maar de natuurlijke erfgenamen zijn nog steeds de gelovige Joden!
De Messiaanse Joden zijn in alle eerlijkheid van mening, dat de engel Hebreeuws of Aramees sprak, toen hij aan Jozef (Matteüs 1:21) en Maria (Lucas 1:31) de naam van Gods Zoon bekent maakte, en niet in het Grieks. Wij gaan er dus van uit, dat Hij de Hebreeuwse naam Yeshua noemde en niet de Griekse variant Jezus! Bovendien lijkt het ons zeer onwaarschijnlijk dat het Gods bedoeling geweest zou zijn dat Zijn Zoon een Griekse naam zou dragen, want anders zou Hij wel in Griekenland of in Klein-Azië zijn geboren. Maar Yeshua werd in Israël geboren in dezelfde stad van zijn voorvaderen, als koning David, waar Hij leefde als orthodoxe Jood en zal eens in Israël terugkomen als Koning der Joden! De Naam boven alle naam is daarom niet Jezus Christus, maar Yeshua haMashiach:
“ En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden. (Handelingen 4:12)" (NBG51)
De Messiaanse Joden geloven dat de tien geboden voor Gods Volk, de ganse bewoonde wereld, nog steeds van toepassing zijn, inclusief het vierde gebod betreffende de Shabbatsheiliging! God is gisteren, vandaag en in de toekomst dezelfde en Zijn wil is onveranderlijk! God veranderd niet en Zijn geboden ook niet! Nergens in de hele Bijbel staat geschreven, dat God van gedachte zou zijn veranderd en dat Hij de Shabbatsrust zou hebben verplaatst van de zevende dag (zaterdag) naar de eerste dag (zondag). Wie dus zegt een gelovige te zijn en geheel in overeenstemming met de tien geboden wil leven, maar de Shabbat niet heiligt omdat hij door zijn kerk is opgevoed om dit op zondag te doen, verstoot dus zonder het misschien zelf te beseffen tegen het vierde gebod, en dat is een ernstige zaak, want er staat in Jacobus 2:10 geschreven:
"Wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden." (Jacobus 2:10) (NBG51)
En al die geboden zijn nog steeds van kracht, daar komen wij echt niet onderuit, want in 1 Johannes 2:3-6 lezen wij duidelijk:
"En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij Zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet: maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo the wandelen, als Hij gewandeld heeft. (1 Johannes 2:3-6) " (NBG51)
Dat geldt dus voor alle geboden, inclusief het vierde gebod: "Onderhoud de sabbatdag, dat gij die heiligt, zoals de Eeuwige, uw God, u geboden heeft. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Shabbat van de Here (Eeuwige), uw God; dan gij geen werk doen... (Deuteronomium 5:12-13) (NBG51)
Messiaanse Joden en bekeerde heidenen in Yeshua geloven dat zij door de wet alléén niet kunnen behouden worden omdat de ware behoudenis uitsluitend door het offer van Yeshua tot stand kan worden gebracht, maar dat de wet evengoed onverminderd van kracht blijft tot in alle eeuwigheid omdat er geschreven staat dat het een altoosdurende inzetting is! Het is waar: wij staan niet onder de wet, maar wij staan ook niet boven de wet! Wij zijn niet onder de wet, maar ook niet zonder de wet, want anders zouden wij wetteloos zijn!
In al Zijn liefde verwacht onze hemelse Vader nog steeds gehoorzaamheid van Zijn kinderen, zoals elke vader dat doet! Deze indringende boodschap gaf ook Zijn Zoon Yeshua keer op keer door aan ons. Yeshua benadrukte in Matteüs 19:17 zelfs, dat het houden van de wet naast het geloof in Hem een absolute voorwaarde is om het Koninkrijk der hemelen binnen te mogen gaan:
"Indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoudt de geboden! (Matteüs 19:17)" (NBG51)
en ook Johannes 3:36 leert ons, dat geloof en gehoorzaamheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn:
“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem. (Johannes 3: 36)”(NBG51)
Yeshua heeft zelf gezegd:
“Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen is. (Matteüs 7:21)” (NBG51)
Hoe weten wij wat de wil van Zijn Vader is? Door het lezen en niet door het negeren van Zijn wet, want de wil van de Vader staat heel uitgestippeld in Zijn wet omschreven! Het is dus echt letterlijk levensgevaarlijk om zichzelf en vooral ook anderen wijs te maken dat de Thora ofwel de wet zoals zij door de christenen wordt genoemd, afgeschaft, ontbonden of buiten werking gesteld zou zijn door Yeshua.
Hij zelf zegt, dat dit absoluut niet zo is en Hij geeft de indringende waarschuwing om deze verkeerde gedachte beslist los te laten:
“Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. (Matteüs 5:17-20)” (NBG51)
Yeshua heeft ons dus gezegd dat wij ons echt niet in het hoofd moeten halen om ook maar één van de kleinste geboden te laten vervallen. Ondanks deze overduidelijke waarschuwing van niemand anders dan Yeshua zelf zijn er toch nog talrijke kerken waar geleerd wordt, dat wij volgens Paulus vrij zouden zijn van de wet en de geboden, die doorgaans gezien worden als een slavenjuk. Maar het is juist diezelfde Paulus, die in Romeinen 7:12 precies het tegenovergestelde geschreven heeft:
“Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed. Romeinen 7:12)” (NBG51)
Als Paulus schrijft, dat wij niet meer onder de wet zijn, dan bedoelt hij daarmee, dat de wet niet meer tégen ons is als wij door Yeshua vergeving en verlossing hebben ontvangen.
“Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold, door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en bedreigde. (Kolossenzen 2:13-14)” (NBG51)
Toch, daarmee heeft de wet zijn geldigheid nog niet verloren! Laten wij ons dus niet wijsmaken dat God alles door de vingers ziet omdat wij ‘niet meer onder wet maar onder de genade leven’. Genade is namelijk geen vrijbrief om dan maar niet meer te doen wat God van ons vraagt of om juist dat te doen wat Hij verboden heeft.
Onder het motto “Wij zijn toch vrij van de wet” eet men nu rustig bloedworst (zie voor “het onthouden van bloed”: Handelingen 15:20 en 29, Handelingen 21:25)en varkensvlees terwijl God het toch echt wel verboden heeft, men viert heidense feestdagen inclusief de daarbij horende heidense symbolen zoals de kerstboom in de kerk (zie voor “het onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is”: Handelingen 15:20 en 29, Handelingen 21:25).
Terwijl men de Bijbelse feestdagen volledig negeert, men heiligt de heidense zondag in plaats van de door God zelf opgedragen Shabbat en heeft men ook nog de durf om Zijn zegen hierover te vragen. Zo zijn er helaas nog steeds talrijke gelovigen die wel deel uitmaken van de gemeente en dus van het huis Gods, maar die niet gehoorzaam zijn aan de wil van de Vader, die Hij door Zijn Thora (wet) en door de woorden van Zijn Zoon Yeshua aan ons heeft bekend gemaakt. Laten wij Gods Woord dus ernstig nemen, naar vermogen doen wat Hij van ons vraagt en anderen daartoe aansporen, opdat de woorden van Yeshua in Matteüs 7:22-23 niet op ons zullen slaan:
"Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid. (Matteüs 7:22-23) " (NBG51)
Messiaanse Joden en bekeerde heidenen zijn van mening dat de Bijbelse feestdagen zoals o.a. Pesach (Pasen), Shavuot (Pinksteren), Rosh haShana (Bazuinenfeest) en Yom Kipur (Grote Verzoendag) nog steeds door alle gelovigen gevierd dienen te worden, want het zijn altoosdurende inzettingen voor de Israëlieten en de heidenen in hun midden (dat zijn dus de gelovigen uit de volken die geënt zijn op de edele olijfboom!). Men zegt ten onrechte dat dit “Joodse feesten” zijn, terwijl er nadrukkelijk in de Bijbel staat:
“De Here sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: De feesttijden des HEREN, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn Mijn feesttijden! (Leviticus 23:1)” (NBG51)
Het zijn dus geen Joodse feesten, maar Gods feesten met een grote profetische lading, die allen rechtstreeks naar Yeshua wijzen en de data waarop zij worden gevierd zijn gebaseerd op Gods kalender! Het christendom heeft Gods feesten echter niet alleen grotendeels afgeschaft en vervangen, maar wat ervan overbleef zelfs gekoppeld aan heidense afgodische feesten, zowel wat de tradities en rituelen betreft, alsook de data waarop ze gevierd worden. Daarmee werd niet alleen geestelijke hoererij gepleegd, maar werd ook gekozen voor de heidense kalender waar elke maand en dag de naam van een afgod draagt en werd de indeling van het jaar zoals de Here God in Zijn woord aan de gelovigen heeft opgedragen, bewust losgelaten. Wij vieren echter de Bijbelse feesten met een Messiaanse invulling en zetten ons ervoor in om ook onze broeders en zusters dwars door de kerken heen daartoe te stimuleren en terug te keren naar Gods woord en Gods kalender, terug naar de Joodse wortels van ons geloof.
Op grond van Gods Woord zijn wij allen, Messiaanse Joden en bekeerde heidenen van mening dat het vrouwen niet toegestaan is om de gemeente gezaghebbend te onderwijzen en daarom vinden wij vrouwelijke voorgangers en vrouwelijke rabbijnen totaal on-Bijbels.
Natuurlijk zijn man en vrouw voor God gelijk, maar dat wil nog niet zeggen, dat de vrouwen zowel in het gezin alsook in de gemeente dezelfde plaats innemen als de mannen. Zij zijn wel gelijkwaardig aan elkaar, maar daarom nog niet elkaars gelijken!
Heel duidelijk staat er dat de vrouwen niet mogen spreken in de samenkomst:
“Zoals in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken, maar zij moeten ondergeschikt blijven, zoals ook de Thora zegt. En als zij iets willen te weten komen, moeten zij thuis haar mannen om opheldering vragen; want het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente. (1 Korinthiërs 14:34-35)” NBG51)
Dit betekent echter niet, dat de vrouw op geen enkele wijze zou mogen onderwijzen, want natuurlijk mag een vrouw wel een zusterkring leiden en kinderwerk doen, maar het spreken waarover het hier gaat, is in de zin van prediken of het uitleggen van de Schrift in de gemeentesamenkomst, wat gelijkstaat met leren, hetgeen niet overeenkomt met haar staat van ondergeschiktheid. Een leraar heeft namelijk in bepaald opzicht macht over anderen, en juist dat is aan de vrouw over de man niet geoorloofd. Daarom kan haar niet toegestaan worden om in een samenkomst te onderwijzen. Deze ondergeschiktheid is geen uitvinding van Paulus, want hij beroept zich hiervoor op de Thora. Zijn toevoeging: ‘Zoals ook de wet zegt’ verwijst naar Genesis hoofdstuk 3, waar nadrukkelijk vermeld staat dat de vrouw met de scheppingsorde door God onder de man gesteld is en daarom komt het haar in de gemeente niet toe om gezaghebbend te onderwijzen.
Dit verbod is niet gegrond op een cultuur- of tijdbepaalde gewoonte, maar op de door de Schepper zelf ingestelde orde en daarom schrijft Paulus later opnieuw:
“Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden.(1 Timoteüs 2:11-12)” (NBG51)
Wij zijn ons sterk van bewust dat degene die in deze moderne tijd hardop durft te verkondigen het hierbij met Paulus volstrekt eens te zijn, zich niet geliefd maakt bij hen die vinden dat dit soort verzen achterhaald en uit de tijd zijn. En toch willen wij ook in dit opzicht God meer gehoorzamen dan de mensen.
Wij proberen ons zoveel mogelijk aan Gods Woord te houden, dragen daarom ook een hoofdbedekking (zowel mannen als vrouwen) in de samenkomst en keuren menselijke inzettingen af zoals o.a. rabbijnse tradities die gebaseerd zijn op de talmud of kabbala en on-Bijbelse praktijken zoals het dansen met vlaggetjes, spreken in tongen en vallen in de geest.
Deze on-Bijbelse evangelische geloofsuitingen vinden wij in onze Messiasbelijdende samenkomsten volstrekt onaanvaardbaar evenals het niet dragen van een hoofdbedekking bij het uitvoeren van een religieuze handeling.
Tenslotte voor alle duidelijkheid nog dit: wij zijn op grond van sterke Bijbelse argumenten tegen de besnijdenis van niet-joden. Wij zijn van mening, dat uitsluitend Joden en gelovigen met Joodse voorouders zowel besneden van vlees alsook besneden van hart moeten zijn, maar dat voor de niet-Joodse gelovigen uit de volken de besnijdenis des harten voldoende is.
Verklaring van gebruikte Hebreeuwse begrippen
Adon Olam Ð Een oud traditioneel lied; letterlijke betekenis:” Heer der wereld” enz.
Aleenoe Ð (Letterlijk: “aan ons”( de plicht God te prijzen).) Een gebed waarin het unieke karakter van het joodse volk en het universele karakter van God als Koning worden benadrukt.
Alija Ð Opgang naar het land Israël en in het bijzonder naar Jeruzalem; emigreren naar Israël.
Amida Ð (Letterlijk: “staande”.) Het staande gebed, bekend als de Sjemonee Esree ofwel het achttiengebed.
Bar Mitswa Ð Zoon van het gebod. Het bereiken van religieuze volwassenheid voor jongens op de dag na hun dertiende verjaardag.
Bat Mitswa Ð Dochter van het gebod. Het bereiken van de religieuze volwassenheid van meisjes op de dag na hun twaalfde verjaardag.
Beet / Bajit (Beth / Beit) Ð Huis.
Chanoeka Ð Het achtdaagse inwijdingsfeest, dat de herinwijding viert van de tweede Tempel door de Makkabeeën in 164 voor de gangbare jaartelling. (25 Kislew- 4 Tebet, december) De geschiedkundige verwijzing daarnaar vinden we in de twee boeken van de Makkabeeën en in het Nieuwe Testament in Johannes 10:22.
Charoset Ð Mengsel van rozijnen, gehakte amandelen en wijn, dat lijkt op het leem waarvan de joodse slaven in Egypte de tichelstenen moesten maken.
Choepa Ð Het baldakijn dat gebruikt wordt bij joodse bruiloft. Tijdens de huwelijksvoltrekking staat het echtpaar onder het baldakijn.
Choepa-dienst Ð De huwelijksdienst.
Èrets Jisrael Ð Het land Israël.
Eroesién Ð De eerste zegeningen bij de Choepa-dienst betreffen de zegeningen over de eroesién. De eroesién is een verbintenis met verstrekkende rechtsgevolgen. Hoewel eroesién in onze taal veelal vertaald wordt met verloving komt het veel meer overeen met wat wij kennen als ondertrouw. Dit heeft tegenwoordig niet meer plaats als een afzonderlijke handeling.
Haftara Ð Als aanvulling op de lezing uit de Thora wordt wekelijks ook uit de Profeten een gedeelte gelezen, na het gedeelte uit de Thora.
Haggada Ð Het verhaal, de liturgie van de Pèsach-viering.
Halacha Ð Deze term is afgeleid van het Hebreeuwse woord dat ‘lopen /gaan’ betekent. Het gaat hier om de levenswandel of levensstijl die is gebaseerd op de onderwijzingen uit de Thora.
Jesjiva Ð joodse Bijbelschool.
Jesjoea (Engels = Yeshua) Ð De Hebreeuwse naam van Jezus. Letterlijk: verlossing.
Jisrael (Engels = Yisrael) Ð De Hebreeuwse naam van Israël
Jom Kipoer Ð Grote Verzoendag (10 Tisjri, september/oktober). De meest heilige dag van de joodse kalender. In de tijd van de Eerste en de Tweede Tempel ging de Hogepriester op deze dag binnen in de Tempel in het Heilige der Heiligen om daar door het sprengen van het bloed van het vereiste offers verzoening te bewerken voor de zonden van het volk voor het hele jaar.
Kadiesj Ð (letterlijk: Heilig [Aramees]). Het is een oud gebed waarin God gezegend wordt en Zijn Heiligheid en de hoop op verlossing worden verkondigd. Het wordt uitgesproken door de rouwenden en heeft zo ook een plaats in de traditionele joodse liturgie.
Kasjroet Ð De spijswetten.
Kehila / Kehiliem (meervoud) Ð Gemeente/Gemeenten
Matsot Ð Ongezuurde broden. Het feest van Matsot begint in de avond na de 14e Nisan en duurt zeven dagen. (15-21 Nisan, maart/april). In deze zeven dagen mag geen spijs met zuurdesem gegeten worden. Dit is een herinnering aan de uittocht uit Egypte, waar door de gehaaste aftocht het brooddeeg niet kon rijzen.
Masjiach– Messias = Gezalfde. Vertaald in het Grieks als Christos, dat in het Nederlands via het Latijn vertaald is als Christus.
Misjkan (Engels = Mishkan) – De tabernakel (Letterlijk: de woning). Moheel – De besnijder, degene die jongetjes op de achtste dag besnijdt. Mosjav – Nederzetting.
Pèsach – Dit is het feest dat volgens de Bijbel in de avondschemering van (na) de 14e Nisan (maart/april) gevierd moet worden om de uittocht (Exodus) uit Egypte te gedenken. Op de 14e Nisan werd Jesjoea aan het vloekhout gehangen en stierf Hij. In de avondschemering lag Hij reeds in het graf.
Poeriem– Het Lotenfeest in de maand Adar (februari/maart). Dit feest is ingesteld met het bijbelboek Esther.
Ro’ee (Ro’eh)– Herder.
Rosj haSjana– (Letterlijk: Hoofd van het Jaar). Het burgerlijke nieuwjaar. De eerste dag van de zevende maand (1 Tisjri, september/oktober). In de Bijbel wordt deze dag Jom T’roea (Dag van Bazuingeschal) genoemd. Vandaar dat het gebruikelijk is om op deze dag op de Sjofar te blazen.
Sjabbat – De zevende dag van de week. De rustdag die volgens de bijbelse invulling van de dag loopt van vrijdagavond zonsondergang tot zaterdagavond zonsondergang.
Sjavoeot– Wekenfeest in de maand Siwan (mei/juni). Dit feest valt vijftig dagen na Pesach. Het rangtelwoord ‘vijftigste’ luidt in het Grieks pentèkostè. In Handelingen 2:1 komen we Pentèkostè tegen als aanduiding van dit feest. In de uitdrukking Pinksteren vinden we dit Griekse woord terug.
Sjema (Jisraeel)– Hoor Israël, de eerste woorden van Deuteronomium 6:4. Deze woorden vormen het begin van de joodse geloofsbelijdenis, die twee keer per dag gezegd wordt.
Sjir Chadasj (Shir Chadash) Ð Een nieuw lied
Sjitoef Ð (Letterlijk: vereniging/verbinding) joodse theologische term uit de Middeleeuwen die de christelijke visie op God aanduidt als ‘vereniging van de Ene God met een andere persoon’. In Orthodox-joodse ogen is dit een niet helemaal zuivere, maar voor christenen toelaatbare, vorm van monotheïsme.
Sjoa – (Letterlijk: De vernietiging). Bij voorkeur gebruiken Joden dit woord (en niet het woord Holocaust) als aanduiding voor de ervaring van de vernietigingskampen in de Tweede Wereldoorlog, waarin 6 miljoen Joden vermoord zijn.
Sjofar Ð De ramshoorn waarop geblazen wordt met Rosj haSjana en bij andere speciale gelegenheden.
Soeka Ð Een loofhut. De tijdelijke hut waarin men tijdens het Loofhuttenfeest woont.
Soekot Ð Het Loofhuttenfeest. Dit is het feest dat volgens de Bijbel in de zevende maand (15-22 Tisjri, september/oktober) gevierd moet worden. Een week lang woont men in tijdelijke hutten om te gedenken dat God in de woestijn veertig jaar voor het joodse volk gezorgd heeft en zo nog steeds voor de zijnen zorgt.
Tenach Ð Een acroniem voor het Oude Testament: T = Thora; N = Nevie’iem (Profeten); Ch = Ketoeviem (Geschriften). Samen vormen ze de drie delen waaruit de Tenach bestaat.
Thora Ð Wet, letterlijk: Onderwijzing. Dit is ook de joodse naam voor de eerste vijf boeken van de Tenach.
Was de apostel Petrus de eerste Paus?
De Rooms-Katholieke Kerk ziet Petrus als de eerste paus waarop God verkoos om Zijn kerk op te bouwen (Matteüs 16:18). Zij stelt dat hij autoriteit (primaatschap) over de andere apostelen had. De Rooms-Katholieke Kerk beweert dat de Apostel Petrus, enige tijd na de gebeurtenissen die in het boek Handelingen zijn vastgelegd, de eerste bisschop van Rome werd en dat de Roomse bisschop door de vroege kerk als het centrale gezag over alle kerken werd aanvaard. Zij stelt dat God het apostolische gezag van Petrus overdroeg aan de mensen die later zijn bisschopszetel in Rome innamen. De leer die stelt dat God het apostolische gezag van Petrus aan de daaropvolgende bisschoppen overdroeg wordt “apostolische opvolging” genoemd.
De Rooms-Katholieke Kerk stelt ook dat Petrus en de daaropvolgende pausen onfeilbaar waren en zijn wanneer zij “ex cathedra” over bepaalde onderwerpen spreken, dat wil zeggen in hun positie en hun gezag als paus. De onfeilbaarheid van pauselijk gezag werd in 1870 een dogma. Zij onderwijst dat deze onfeilbaarheid de paus het vermogen geeft om de kerk foutloos te leiden. De Rooms-Katholieke Kerk beweert dat zij een onafgebroken reeks van pausen tot aan Sint Petrus kan terugvoeren en gebruikt dit als bewijs dat zij de ware kerk is, omdat Christus Zijn Kerk op Petrus bouwde, volgens hun interpretatie van Matteüs 16:18.
“En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. (Matteüs 16:18)” (NBG51)
Hoewel Petrus centraal stond in de vroege verspreiding van het evangelie (een gedeelte van de betekenis van Matteüs 16:18-19), verkondigt het onderricht van de Schrift, in de context gelezen, nergens dat hij autoriteit over de andere apostelen of over de Kerk (primaatschap) had. Ga naar Handelingen 15:1-23; Galaten 2:1-14; 1 Petrus 5:1-5 hier aangehaald.
“De oudsten onder u vermaan ik dan als medeoudste en getuige van het lijden van Christus, die ook een deelgenoot ben van de heerlijkheid, welke zal geopenbaard worden: hoedt de kudde Gods, die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging, naar de wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid, niet als heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden der kudde. En wanneer de opperherder verschijnt, zult gij de onverwelkelijke krans der heerlijkheid verwerven. Evenzo gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. (1 Petrus 5:1-5)” (NBG51)
Noch wordt ooit onderwezen dat de Bisschop van Rome, of enige andere bisschop, het primaatschap over de Kerk zou moeten hebben. In plaats daarvan bestaat er maar één referentie in de Schrift aan Petrus die vanuit “Babylon” schrijft, een naam die soms op Rome van toepassing is (1 Petrus 5:13).
“U laat de medeuitverkorene te Babylon groeten, en mijn zoon Marcus. (1 Petrus 5:13)” (NBG51)
Het Rooms-Katholieke onderricht over het primaatschap van de Bisschop van Rome is vooral gebaseerd op dit vers en op de historische toename van de invloed van de Bisschop van Rome. Maar, de Schrift toont ons dat het gezag van Petrus met de andere apostelen werd gedeeld (Efeziërs 2:19-20) en dat het gezag om te “binden en te ontbinden” die aan hem wordt toegekend op eenzelfde manier met de plaatselijke kerken wordt gedeeld en niet alleen met hun kerkleiders (Ga naar Matteüs 18:15-19; 1 Korintiërs 5:1-13; 2 Korintiërs 13:10; Titus 2:15; 3:10-11). Volgende aanhaling uit de Efeziërsbrief is uiterst belangrijk.
“Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. (Efeziërs 2: 19-20)” (NBG51)
De Schrift stelt ook nergens dat het gezag van de apostelen moest worden overgedragen aan de mensen die door hen werden ingewijd (apostolische opvolging) om de kerk voor dwalingen te behoeden. De Rooms-Katholieke Kerk “leest” sommige verzen op een zodanige manier dat apostolische opvolging hieruit wordt afgeleid (2 Timoteüs 2:2; 4:2-5; Titus 1:5; 2:1; 2:15; 1 Timoteüs 5:19-22). Paulus roept gelovigen in diverse kerken NIET op om Titus, Timoteüs en andere kerkleiders te ontvangen vanwege hun gezag als bisschoppen, of vanwege hun apostolische gezag, maar veeleer omdat zij samen met henzelf werkers voor de Heer zijn (1 Korintiërs 16:10; 16:16; 2 Korintiërs 8:23).
“Wanneer Timoteüs komt, zorgt er dan voor, dat hij bij u niet afgeschrikt wordt, want hij doet het werk des Heren evenals ik. (1 Korintiërs 16:10)” (NBG51)
“Stelt u dan ook onder zulke mensen, en onder ieder, die medewerkt en arbeidt.(1 Korintiërs 16:16)” (NBG51)
“Enerzijds, wat Titus betreft, hij is mijn medestander en mijn medewerker bij u, anderzijds zijn onze broeders afgevaardigden der gemeenten en een eer van Christus.(2 Korintiërs 8:23)” (NBG51)
Wat de Schrift ons WEL leert is dat zelfs onder de kerkleiders valse leerstellingen zouden verschijnen en dat Christenen de leerstellingen van deze latere kerkleiders met de Schrift zouden moeten vergelijken; de Schrift waarvan de Bijbel zegt dat deze het enige onfeilbare iets is (Matteüs 5:18; Psalm 19:7-8; 119:160; Spreuken 30:5; Johannes 17:17; 2 Petrus 1:19-21).
“En wij achten het profetische woord (daarom) des te vaster, en gij doet wèl, er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken. (2 Petrus 1: 19-21)” (NBG51)
De Bijbel leert ons niet dat de apostelen onfeilbaar waren, op die zaken na die door hen werden geschreven en in de Schrift werden opgenomen. Paulus maakt in zijn toespraak tot de kerkleiders van de grote stad Efeze gewag van valse leermeesters en hij stelt dat zij door het bestrijden van dergelijke dwalingen niet tot “de apostelen en de mensen die hun gezag zouden overnemen” zouden worden opgedragen, maar tot “God en aan het woord van zijn genade…” (Handelingen 20:28-32). De Schrift moest dus de onfeilbare maatstaf zijn voor de leer en de gebruiken (2 Timoteüs 3:16-17), en niet de apostolische opvolgers. Door de Schrift te onderzoeken kunnen leerstellingen als waar of als vals worden aangemerkt (Handelingen 17:10-12).
“Maar de broeders zonden terstond in de nacht Paulus en Silas naar Berea, die, daar aangekomen, naar de synagoge der Joden gingen; en dezen onderscheidden zich gunstig van die te Tessalonica, daar zij het woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen, of deze dingen zo waren. Velen dan van hen kwamen tot het geloof, en van de aanzienlijke Griekse vrouwen en mannen niet weinigen.(Handelingen 17:10-12)” (NBG51)
Was Petrus de eerste paus? Het antwoord is, volgens de Schrift, een duidelijk en nadrukkelijk nee. Petrus eiste nooit een oppermachtigheid over de andere apostelen op. Nergens in zijn geschriften (1 en 2 Petrus) eist de Apostel Petrus een bijzondere rol, macht of gezag op over de kerk. Nergens in de Schrift stelt Petrus, of enige andere apostel, dat zijn apostolische autoriteit aan opvolgers zou worden overgedragen. De Apostel Petrus had zeker een leiderspositie onder de discipelen. Petrus speelde zeker een cruciale rol in de vroege verspreiding van het Evangelie (Handelingen hoofdstukken 1-10). Petrus was zeker de “rots” die Jezus voorspelde dat hij zou zijn (Matteüs 16:18). Maar deze waarheden ondersteunen op geen enkele manier het idee dat Petrus de eerste paus was of dat hij de “oppermachtige leider” over de apostelen was of dat zijn gezag aan de bisschoppen van Rome zou worden overgedragen. Petrus zelf wijst ons op de ware Herder en Hoeder van de kerk, de Heer Jezus Christus (1 Petrus 2:25).
“Want gij waart dwalende als schapen, maar thans hebt gij u bekeerd tot de herder en hoeder van uw zielen. (1 Petrus 2:25)” (NBG51)
Nawoord:
Op het einde van de zesde werkdag, bij het aanbreken van zonsondergang, het begin van de Shabbat, de rustdag door de Schepper voor eeuwig vastgelegd, houden wij graag ter herinnering Yeshua en Zijn Opdracht op aarde, met de viering van het “Avondmaal” thuis, en dit in alle eenvoud zoals aangehaald in 1 Korintiërs 11: 23-29, voorafgegaan door Psalm 92.
“Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zeide: Dit is mijn lichaam voor u, doet dit tot mijn gedachtenis.Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis. Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt. Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren. Maar ieder beproeve zichzelf en ete dan van het brood en drinke uit de beker. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt. (1 Korintiërs 11: 23-29)” (NBG51)
Het doel van deze studie en opzoekingswerk op grond van Gods Woord, de Bijbel (Oud en Nieuw), is om enerzijds de Joodse gelovigen die wel de Thora (Wet) naleven, maar niet Yeshua (Jezus) als hun eigen Mashiach (Messias) erkennen de Blijde Boodschap te verkondigen, en anderzijds christenen die wel in Jezus (Yeshua) geloven, maar de Wet (Thora) als afgedaan, beëindigd en ongeldig beschouwen en daarom ook niet meer doen wat God van ze vraagt (o.a. Shabbat houden!!!) terug te brengen naar de Joodse wortels van het ene en ware geloof en hen te wijzen op het feit dat God altijd dezelfde is, en dat Hij ten opzichte van Zijn geboden en inzettingen alsook ten opzichte van Zijn volk Israël nooit van gedachten veranderd is!
Bronnen
·Mijn studiereis met de Bijbel in Israël, november 2009, waarbij vier uren video.
·Cassandra, Archeoloog, onze gids tijdens de studiereis.
·Kennismaking met de Messiaanse Joden langs de media, zowel als bij persoonlijke ontmoetingen in Israël, België en verder in Europa.
·De talrijke manuscripten die ons werden voorgeschoven in de Engelse, Nederlandse en Duitse talen.
·De geschonken boeken in ons bezit.
·Mijn theologie (zie mijn curriculum vitae, “Search the Scriptures” op Scribd: Oremus).